Coronaire stent bij bejaarden
In de geneeskunde is niets helemaal wit of helemaal zwart. Naarmate de levensverwachting toeneemt, worden er ook almaar meer zwaardere ingrepen uitgevoerd bij ouderen. Ze vinden er baat bij, maar lopen anderzijds wel een hoger risico op complicaties. Wat moeten we dan doen?
Naarmate de levensverwachting toeneemt, rijst almaar vaker de vraag in hoeverre we geavanceerde behandelingen ook moeten toepassen bij ouderen. Dat geldt niet alleen voor de cardiologie, verre van. Donahue en Briguori, twee interventionele cardiologen uit Napels, Italië, hebben de voor- en nadelen van stenting bij ouderen geanalyseerd.
Fragiliteit en gunstige effecten
Het is geen toeval dat de auteurs de moeite hebben genomen om daar eens over na te denken. Het is immers maar goed dat sommige mensen af en toe eens een kritische blik werpen op de geneeskunde. De laatste jaren wordt immers almaar vaker een percutane coronaire interventie (PCI) uitgevoerd bij oudere patiënten. Oudere patiënten zijn echter fragieler en vertonen vaker comorbiditeit. Vandaar dat een PCI ook een hogere sterfte en morbiditeit veroorzaakt bij oudere dan bij jongere patiënten.
Goed selecteren
Die interventies kunnen de levenskwaliteit van hoogbejaarde patiënten sterk verbeteren. Oudere patiënten kunnen zelfs meer baat vinden bij een revascularisatie dan jongere. En een PCI is duidelijk efficiënt bij ouderen. Maar om goede resultaten te verkrijgen, moet je de patiënten zorgvuldig selecteren. Je moet alle risicofactoren opsporen en zorgvuldig evalueren. En je moet strategieën uitwerken om het risico op complicaties te verlagen. Wijsheid is het ordewoord.