De paradox van rokers, ook na hartstilstand
Dat is juist, zou je kunnen zeggen, maar dat zou discriminatie zijn. En in de grond is het des te beter voor hen. Rokers hebben een betere overlevingskans en lopen ook minder risico op irreversibele neurologische afwijkingen als ze een hartstilstand in het ziekenhuis krijgen, dan niet-rokers.
De "paradox van de rokers" na een infarct is al 25 jaar bekend, maar we wisten nog niet dat dat ook zo is na een hartstilstand. Tanush Gupta et al. hebben de gegevens doorgenomen van patiënten van minstens 18 jaar afkomstig uit niet minder dan duizend Amerikaanse ziekenhuizen die tussen 2003 en 2011 een cardiorespiratoire reanimatie hadden ondergaan wegens hartstilstand.
Man, blank, jong en ... roker
116 569 (13,9%) van de 838 464 patiënten waren rokers. Bij rokers werd vaker een initiële diagnose van infarct, ventrikeltachycardie en ventrikelfibrillatie gesteld dan bij niet-rokers. Het ging ook vaker om jonge, blanke mannen. Ze vertoonden vaker lipidenstoornissen, coronairlijden, hypertensie, chronisch longlijden, obesitas en perifeer arterieel lijden. Atriumfibrillatie, hartdecompensatie en diabetes daarentegen kwamen minder vaak voor bij rokers dan bij niet-rokers. De overleving bij ontslag uit het ziekenhuis was significant hoger bij de rokers dan bij de niet-rokers, zelfs na correctie voor vertekenende factoren (28,2% vs. 24,1%; OR 1,06; p < 0,001). De neurologische toestand na reanimatie was doorgaans beter bij rokers dan bij niet-rokers (3,5% slechte neurologische toestand versus 3,9%; p < 0,001).
"Micro"-ischemie-reperfusie?
Waarom die verschillen? De hypothese van de auteurs van de studie is dat rokers een soort "ischemische preconditionering" zouden vertonen waarbij de hypoxemie die wordt veroorzaakt door het roken, intermitterende episoden van ischemie-reperfusie zou kunnen verwekken. Dat zou de effecten van een sterker en abrupt accident kunnen afzwakken. Als dat zo is, zou dat implicaties kunnen hebben bij reanimatiemanoeuvres. De commentatoren vestigen echter de aandacht op het begrip "neurologische sequeleae", dat in deze studie misschien niet voldoende is uitgewerkt. Het zou immers kunnen dat er in de aanloop naar en tijdens de studie toch subklinische uitvalsverschijnselen zijn opgetreden die in feite niet werden opgemerkt.