Longembolie: hoe ouder, hoe erger?
Met het verouderen wordt het er niet beter op. Het is niet bekend of een longembolie bij ouderen ernstiger is dan bij jongere patiënten, maar ouderen vertonen in elk geval vaker verergerende factoren.
De prevalentie van longembolie stijgt met de leeftijd, maar de invloed van de leeftijd op de ernst van de longembolie is minder goed bekend. Karsten Keller et al. (Duitsland) hebben daarom een studie uitgevoerd bij patiënten met een normale bloeddruk die een longembolie ontwikkelden. De 129 patiënten werden in vier leeftijdsgroepen ingedeeld (18-59, 60-69, 70-79 en 80-94 jaar). Elke groep telde een dertigtal patiënten. Het percentage vrouwen was hoger in de hogere leeftijdsgroepen.
Frequente associaties
De druk in de longslagader en de frequentie van volledig of onvolledig rechterbundeltakblok, rechterventrikeldisfunctie en submassale longembolie met een intermediair risico stegen met de leeftijd. De auteurs herinneren eraan dat een "submassale embolie met een intermediair risico" een overlijdensrisico op korte termijn van 2-15% inhoudt. Bij multivariate regressieanalyse werden meerdere associaties teruggevonden: tussen de leeftijd en een submassale longembolie (odds ratio 1,04 per jaar), tussen het vrouwelijke geslacht en een submassale longembolie (OR 2,45) en tussen tachycardie en een submassale longembolie (OR 15,33).
Almaar slechter
Die drie parameters (leeftijd, vrouwelijk geslacht en tachycardie) vormen dus risicofactoren voor een submassale longembolie met een intermediair risico bij patiënten met een normale bloeddruk. Het percentage submassale longembolie, rechterventrikeloverbelasting, rechterbundeltakblok en rechterventrikeldisfunctie stijgt met de leeftijd. Maar beantwoordt dat nu de oorspronkelijke vraag?