Alzheimer behandelen: dilemma tussen het hoofd en het hart?
De medicamenteuze behandeling van de ziekte van Alzheimer gaat er stilaan op vooruit. Het is nog niet om over naar huis te schrijven, maar sommige geneesmiddelen lijken toch progressie naar gevorderde stadia van de aandoening af te remmen, vooral als ze in een vroeg stadium worden voorgeschreven. Denken we maar aan de acetylcholinesteraseremmers en NMDA-receptorantagonisten.
Acetylcholine is ook een neurotransmitter van het autonome zenuwstelsel. Theoretisch mag je dan ook verwachten dat een geneesmiddel dat interfereert met het metabolisme van acetylcholine, ook effecten zal hebben op een rist andere organen en met name het hart. In werkelijkheid blijken er maar zelden problemen te rijzen, stelt L. Howes (Australië) in een artikel ter zake in het tijdschrift Drug Safety. Er zijn echter aanwijzingen dat een behandeling met acetylcholinesteraseremmers de incidentie van syncope en bradycardie weliswaar licht, maar significant verhoogt. Die bijwerkingen zijn zeldzaam en duidelijk minder frequent dan de gastro-intestinale bijwerkingen, maar toch moet je er rekening mee houden bij vatbare patiënten.
Ook goed nieuws
Maar niet alles is negatief. Dierexperimenteel onderzoek en observationele studies bij de mens wijzen er immers op dat die geneesmiddelen het risico op infarct en de cardiovasculaire sterfte zouden kunnen verlagen. Ze zouden ook gunstige effecten hebben op de hemodynamiek en de overleving van patiënten met hartfalen. Dat moet nog worden bevestigd. We weten nog maar weinig over de cardiovasculaire effecten van NMDA-receptorantagonisten, maar er zijn gevallen gerapporteerd van bradycardie en volgens sommige studies zouden ze de cardiale sterfte verhogen. Op te volgen dus.