Trombolyse voor longembolie
Trombolyse bij een longembolie verlaagt de sterfte in vergelijking met anticoagulantia, maar veroorzaakt meer bloedingen.
Hoe gek dat ook moge klinken, maar hoewel er toch enkele studies daaromtrent zijn uitgevoerd, wisten we nog altijd niet of trombolyse bij een longembolie een beter effect heeft op de overleving dan een behandeling met klassieke anticoagulantia. En dat is vooral toe te schrijven aan de beperkte statistische kracht van de studies die tot nog toe werden uitgevoerd.
Twee onafhankelijke lezers
S. Chatterjee et al. (VS) hebben daarom een meta-analyse uitgevoerd van de gerandomiseerde klinische studies die beide behandelingen hebben vergeleken. Ze hebben 16 studies teruggevonden met in het totaal 20.115 patiënten. In acht van die studies (1.775 patiënten) werd vermeld dat het ging om patiënten met een matig risico. Twee onafhankelijke reviewers hebben de benodigde gegevens (aantal en kenmerken van de patiënten, duur van de follow-up en prognose) uit al die artikels geëxtraheerd. De primaire eindpunten waren de sterfte ongeacht de oorzaak en ernstige bloedingen. Secundaire eindpunten waren een recidief van embolie en intracraniale bloedingen.
Minder maar meer
De meta-analyse toont aan dat het gebruik van trombolytica de totale sterfte verlaagt (2,17% met trombolytica vs. 3,89% met anticoagulantia), maar vaker ernstige (9,24% vs. 3,42%) en intracraniale bloedingen (1,46% vs. 0,19%) veroorzaakt. De incidentie van ernstige bloedingen was niet significant hoger bij 65-plussers dan bij jongere patiënten. Het risico op recidief was lager na trombolyse dan met anticoagulantia (1,17% vs. 3,04%). Ook bij de patiënten met een intermediair risico resulteerde trombolyse in een lagere sterfte en een hoger aantal ernstige bloedingen.
Alleen in geval van rechterventrikeldisfunctie
In feite, aldus de auteurs, geldt dat dus vooral voor patiënten met een longembolie, met inbegrip van patiënten die hemodynamisch stabiel zijn met een rechterventrikeldisfunctie. Maar nu weten we nog altijd niet of dat ook geldt voor hemodynamisch stabiele patiënten zonder rechterventrikeldisfunctie. Er is dus nog werk aan de winkel.