Discussie over de variaties van de hartfrequentie
Zelfs als de cijfers voor zich spreken, mag je toch geen overhaaste conclusies trekken. Cijfers omzetten naar de werkelijkheid kan immers niet in een handomdraai.
In een artikel in het tijdschrift Critical Care van januari 2004 schrijven Huang et al. (Taiwan) dat de hartfrequentie het welslagen van het spenen van het beademingstoestel kan voorspellen. Ze zijn tot die conclusie gekomen na onderzoek van 101 patiënten die aan het herstellen waren van een acute ademhalingsinsufficiëntie. De cardiale parameters werden geregistreerd tijdens een poging tot spontaan ademen gedurende één uur en na extubatie.
Logische conclusie
24 van de 101 patiënten konden niet van het beademingstoestel worden gespeend. Een analyse van de parameters van de variabiliteit van de hartfrequentie wees bij die patiënten op een significante daling van de totale kracht (total power). En 13 van de patiënten bij wie spenen aanvankelijk leek te lukken, moesten binnen de 72 uur opnieuw worden geïntubeerd. De patiënten die met succes konden worden geëxtubeerd, vertoonden een significante stijging van zeer lage frequenties en van de totale kracht. Dat was niet zo bij de patiënten bij wie het spenen mislukte. De conclusie van de auteurs lijkt dan ook logisch.
Ware het niet dat...
Dat was zonder rekening te houden met de scherpzinnigheid van A. Van de Louw (VS), die een 'letter to the editor' heeft geschreven om die conclusie wat te nuanceren. Het zou immers kunnen, zegt hij, dat er een methodologische bias is ingeslopen via de wijze van berekening van secundaire parameters zoals de cardiale variabiliteit en met name de totale kracht. De auteur benadrukt dat de richtlijnen van de Task Force van de European Society of Cardiology en de North American Society of Pacing and Electrophysiology aanraden om de metingen uit te voeren bij een ademhalingsfrequentie van 9 tot 24/min. Huang et al. hebben echter een ademfrequentie van 35/min als criterium voor mislukken van de extubatietest genomen. Een dergelijke ademfrequentie is volgens Van de Louw waarschijnlijk minstens ten dele verantwoordelijk voor de vaststellingen die werden gedaan bij de patiënten bij wie het spenen was mislukt.
Wait and see
Toekomstige studies zouden dus rekening moeten houden met de ademfrequentie waarbij de variabiliteit van de hartfrequentie wordt gemeten. Het is nu dus wachten op nieuwe studies.