Stamcellen en infarct
Er wordt veel vooruitgang geboekt bij het gebruik van stamcellen om ziek hartweefsel te regenereren. Maar er zijn nog heel wat obstakels.
Vorsers zoeken al lang naar een manier om een ziek hart te herstellen met allerhande stamcellen. Dat blijkt niet zo eenvoudig te zijn als aanvankelijk gedacht. Nochtans wordt actief onderzoek verricht en maken we stilaan vooruitgang. Een recente letter to the editor in Nature beschrijft de resultaten die een Amerikaanse groep heeft behaald.
Haast en spoed is zelden goed
We mogen echter niet te hard van stapel lopen. De studie werd weliswaar uitgevoerd met humane multipotente stamcellen, maar die werden toegediend aan niet-humane primaten. En het ging eigenlijk niet om stamcellen, maar om van stamcellen afgeleide cardiomyocyten (human embryonic stem-cell-derived cardiomyocytes, hESC-CM).
Toch is weer wat vooruitgang geboekt, want de vroegere studies werden uitgevoerd bij kleine dieren. De resultaten waren weliswaar hoopgevend, maar zeggen niets over de haalbaarheid, de veiligheid en het regeneratiepotentieel van een dergelijke transplantatie op klinische schaal. Die studies zeggen ook niets over de levensvatbaarheid van cryogepreserveerde cellen bij de mens of primaten.
Een nieuw obstakel
De resultaten die de vorsers hebben behaald in een ischemie-reperfusiemodel bij apen, geven een interessant antwoord op die vragen. De auteurs hebben immers aangetoond dat injectie in het myocard van een miljard van die gecryopreserveerde cellen resulteert in de vorming van spierweefsel in het geïnfarceerde hart. Tijdens de eerste drie maanden na de injectie vertoonden die cellen een progressieve, hoewel onvolledige rijping. Na twee weken konden elektromechanische juncties worden gedetecteerd tussen de getransplanteerde myocyten en de myocyten van de ontvanger. Er verschenen calciumstromen in de getransplanteerde cellen en die waren synchroon met het ecg. Er zijn evenwel niet-fatale ritmestoornissen opgetreden, wat niet het geval was bij kleine dieren. Dat probleem moet dus eerst worden opgelost voor dergelijke proeven kunnen worden gestart bij de mens.