Statines: een voorschrift volstaat niet
Bij het voorschrijven van statines raden we doorgaans ook aan om de calorie- en vetinname te verlagen. De patiënten blijken echter dat voedingsadvies mettertijd almaar minder goed op te volgen.
Het heeft weinig zin om vetverlagende middelen voor te schrijven om het cardiovasculaire risico te verlagen als de patiënt zelf geen inspanning levert om zijn levenswijze en vooral zijn voeding aan te passen. De laatste jaren neemt de inname van calorieën en vetten in de VS veel minder snel toe. Het is evenwel niet bekend of er een link bestaat tussen die trend en het gebruik van statines en zo ja, of die link mettertijd verandert.
Tien jaar transversale studies
Sugiyama et al. hebben herhaaldelijk een transversale studie uitgevoerd bij een representatief monster van bijna 28.000 proefpersonen ouder dan 20 jaar in de VS. De studies werden uitgevoerd tussen 1999 en 2010. De inname van calorieën en vetten werd geëvalueerd met een dagboek. Zo hebben de auteurs kunnen becijferen dat de calorie-inname tijdens de onderzochte periode duidelijk lager was bij de patiënten die statines kregen, dan bij de patiënten die er geen kregen: respectievelijk 2.000 en 2.179 kcal/d (p = 0,007). Het verschil nam mettertijd evenwel af en na de periode 2005-2006 was het verschil niet meer statistisch significant. Bij de patiënten die statines kregen, was de calorie-inname in 2009-2010 9,5% hoger dan in 1999-2000. Bij de patiënten die geen statines kregen, veranderde de calorie-inname tijdens de studie nauwelijks.
Stijgende BMI
De vetconsumptie ging in dezelfde zin: de patiënten die statines kregen, namen significant minder vetten in dan de andere (71,7 g/d vs. 81,2 g/d; p = 0,003). Maar tijdens de onderzochte periode is de vetconsumptie met 14,4% gestegen bij de patiënten die statines kregen, terwijl geen verandering werd waargenomen bij de patiënten die er geen kregen. Zoals te verwachten was, steeg de BMI sneller in de groep die statines kreeg (+ 1,3), dan in de andere groep (+ 0,4; p= 0,02). Die vaststelling illustreert niet alleen dat de nodige nadruk moet worden gelegd op een aanpassing van de levenswijze en vooral van de voeding, maar ook dat dat punt regelmatig opnieuw moet worden aangesneden omdat de therapietrouw ten aanzien van het dieet mettertijd afneemt.