Depressie verhoogt risico op hartfalen met 40%
Een grote, prospectieve studie bevestigt dat er een link bestaat tussen depressie en het risico op hartfalen, zoals vroegere studies al hebben aangetoond.
De auteurs hebben 63.000 Noren gedurende 11 jaar gevolgd in het kader van de HUNT-studie (Health Study Nord-Trøndelag), die werd gestart in 1995. Ze hebben gegevens verzameld over de BMI, de lichaamsbeweging, het rookgedrag en de bloeddruk. Depressie werd geëvalueerd met de HAD-schaal. En aan de hand van het nationale volgnummer hebben ze informatie verzameld over ziekenhuisopnames en sterfte aan hartinsufficiëntie.
Tijdens de studieperiode hebben bijna 1.500 mensen hartinsufficiëntie ontwikkeld. De vorsers ontdekten dat patiënten die een lichte depressie doormaken, 5% meer kans lopen op hartinsufficiëntie dan mensen zonder symptomen van depressie. Maar dat cijfer stijgt tot 40% in geval van een matige of ernstige depressie.
"Hoe depressiever je bent, des te meer kans loop je om hartinsufficiëntie te ontwikkelen", zei
Lise Tuset Gustad, hoofdauteur van de studie. Eén mogelijke verklaring daarvoor is stress, denkt ze. "Een depressie verhoogt de productie van stresshormonen, die op hun beurt ontstekingsverschijnselen en atherosclerose veroorzaken. Dat kan hartziekten in de hand werken." Een depressie opsporen en de stress verminderen die de depressie veroorzaakt, zouden dan ook nuttig kunnen zijn om de cardiale vooruitzichten te verbeteren.
(referentie: European Society of Cardiology, persmededeling, 4 april 2014)