Troponine zit ook in het hoofd
Zou subklinisch hartlijden met een verhoogd hs-troponinegehalte een risicofactor van dementie zijn?
Hart- en vaataandoeningen zijn een risicofactor voor achteruitgang van de cognitieve functies en dementie. Dat is bekend, maar we weten niet of er een verband bestaat tussen subklinische aantasting van het myocard en die neuropsychologische of neuropsychiatrische afwijkingen. Schneider et al. (VS) hebben daarom gezocht naar een eventuele correlatie tussen het hs-troponinegehalte en cognitieve afwijkingen.
Transversale, prospectieve studie
Ze hebben een transversale studie van de cognitieve toestand van meer dan 9400 mensen onderzocht in de jaren 1996-1998 en ze hebben de patiënten dan gevolgd tot in 2010. De gemiddelde leeftijd van de proefpersonen was 62,5 jaar. Bijna twee derde (59%) was van het vrouwelijke geslacht en 21% van de patiënten was zwart. Het hs-troponinegehalte werd gemeten met een nieuwe meetmethode met een onderste detectielimiet van 5 ng/l. De metingen werden a posteriori uitgevoerd in 2010-2011 op plasmamonsters die in het begin van de studie waren ingevroren en werden bewaard bij - 70 °C. De cognitieve functies werden met drie tests gemeten: delayed word recall test (DWRT), digit symbol substitution test (DSST) en word fluency test (WFT). Dementie werd gedefinieerd conform de ICD-9. Bij regressieanalyse werden de gegevens gecorrigeerd voor de klassieke cardiovasculaire risicofactoren. De resultaten werden onlangs online gepubliceerd in de European Heart Journal.
Ja en neen
Bij de transversale analyse correleerden de hoogste hs-troponinespiegels met minder goede scores op de DSST en de WFT, maar niet op de DWRT. Tijdens een mediane follow-up van 13 jaar hebben de auteurs 455 ziekenhuisopnames wegens dementie geregistreerd.
Bij de prospectieve analyse correleerden de hoogste hs-troponinespiegels bij de start van de studie met een hoger risico op ziekenhuisopname wegens dementie (zonder verdere details) en een hoger risico op ziekenhuisopname wegens vasculaire dementie, maar niet met een hoger risico op ziekte van Alzheimer. In de bespreking halen de auteurs meerdere mechanismen aan die die correlatie zouden kunnen verklaren, waaronder een verminderde doorbloeding van de hersenen. Het feit dat daarbij enkel rekening werd gehouden met ziekenhuisopnames wegens dementie, doet volgens ons sterk afbreuk aan de waarde van de studie. Demente patiënten die thuis worden gehouden, worden dan immers niet meegeteld.
Twee voor één of één voor twee?
Er lijkt dus een correlatie te bestaan met het risico op vasculaire dementie, maar niet met het risico op ziekte van Alzheimer. Dat wakkert de discussie over de respectieve aard van die twee vormen van dementie weer aan. Gaat het om één en dezelfde ziekte dan wel om twee verschillende aandoeningen? Moeilijk om te zeggen, maar er moet wel een vervolg aan worden gebreid. Dat zou cardiologen, neurologen en geriaters ertoe kunnen aanzetten om nauwer samen te werken op dat vlak.