Hartfalen: rol van micro-RNA
Eén van de grote problemen bij hartfalen is een gebrekkige contractiliteit van het hart. Te oordelen naar de resultaten van een experimentele studie zou de moleculaire biologie een handje kunnen toesteken. Maar zover zijn we nog niet.
Micro-RNA's zijn zeer kleine RNA-moleculen die niet meespelen bij de transcriptie van DNA, maar de expressie van de genen regelen. Remming van miR-25, het micro-RNA dat de transcriptie van het gen van de calciumpomp SERCA2 belemmert, verbetert het hartfalen. Die pomp is immers een eiwit dat een sleutelrol speelt bij de contractie. Blokkade van miR-25 zou de expressie van de pomp en zodoende de contractie van de hartspier kunnen verbeteren.
Gunstige argumenten
Een fase II-studie had al aangetoond dat de progressie van het hartfalen kan worden afgeremd door de synthese van het desbetreffende eiwit te stimuleren met gentherapie. Voorzichtigheid is echter geboden, want bij muizen blijkt remming van het RNA in kwestie ook hartstoornissen te voorzaken. Maar door koppeling van de sequentie die codeert voor SERCA2, aan een sequentie die codeert voor een fluorescerend eiwit, en inbouw van die structuur in embryonale cellen hebben vorsers kunnen aantonen dat toevoeging van miR-25 de fluorescentie sterk verminderde. Dat wijst er dus op dat het micro-RNA zich aan het gen van de pomp bindt en de expressie ervan onderdrukt. Omgekeerd werd bij patiënten met een ernstig hartfalen aangetoond dat het miR-25-gehalte in de cardiomyocyten stijgt. Toevoeging van dat RNA aan de hartcellen van levende muizen verlaagt het SERCA2-gehalte en vermindert de hartfunctie.
Niet iedereen overtuigd
Laatste argument: experimentele constrictie van de aorta bij dieren veroorzaakt hartinsufficiëntie. Toediening van een anti-miR aan de dieren verbetert de hartfunctie. De discussie is echter nog niet afgesloten, want sommige vorsers denken dat de hartfunctie in dat laatste experiment niet op dezelfde manier daalt als bij hartfalen. Verder onderzoek blijft dus wenselijk.