Wie is bang voor een CT-scan van het hart?
Het ordewoord is nu de stralingsdosis van beeldvormingsonderzoeken verlagen en dat is een goede zaak. Maar een CT-scan doet het niet zo goed wat dat betreft. Nochtans wordt vaak een CT-scan aangevraagd in de cardiologie. Er werden dan ook nieuwe technieken ontwikkeld om de stralingsdosis te verlagen.
Een CT-scan geeft een belangrijke stralingsdosis af. Dat is een feit en verklaart waarschijnlijk waarom er niet vaker een angio-CT van de kransslagaders of een CT-scan van het hart worden aangevraagd. Bepaalde modaliteiten zoals retrospectieve gating geven een hoge dosis ioniserende stralen af. Dat is een techniek waarmee artefacten als gevolg van bewegingen van het hart kunnen worden uitgeschakeld. De gegevens worden verworven gedurende de hele hartcyclus en daarna wordt alleen de informatie verkregen tijdens een fase van de cyclus gebruikt om het beeld te reconstrueren. Met die techniek is slechts 20% van de totale stralingsdosis nuttig bij het reconstrueren van de beelden. Bij prospectieve gating daarentegen, een recentere techniek, wordt eerst een fase van de hartcyclus geselecteerd en daarna worden alleen gegevens verworven tijdens die fase. De stralingsdosis bij prospectieve gating is dus duidelijk lager dan bij retrospectieve gating.
Moduleerbare parameters
Op het Europese congres voor radiologie dat begin maart in Wenen heeft plaatsgevonden, was radioprotectie één van de belangrijkste onderwerpen en werden de verschillende middelen om de stralingsdosis te verlagen, doorgenomen tijdens een sessie over CT-scan van de kransslagaders. Naast prospectieve gating bestaan er nog andere technieken om de stralingsdosis te verlagen. De pitch is de verhouding tussen de verplaatsing van de tafel tijdens een rotatie en de nominale dikte van een exploratieschijf. Een geringe pitch (weinig verplaatsing van de tafel) geeft een betere resolutie in de tijd, maar ten koste van een hogere totale stralingsdosis. Door de pitch te verhogen, kan je de stralingsdosis dus verlagen. Je kan ook toestellen gebruiken die bij een minder hoge energie functioneren. De meeste toestellen werken bij 120 kV. Maar installaties van 100 of zelfs 80 kV werden met succes gebruikt bij sommige patiënten (kinderen en magere personen). Een eventuele tachycardie of ritmestoornissen bemoeilijken echter het onderzoek.
Aangepast protocol
Daarom werden schema's ontwikkeld die specifiek zijn aangepast aan de verschillende situaties van het hartritme en aan het lichaamsgewicht van de patiënt. Bij een minder zware patiënt kan een lagere stralingsdosis worden gebruikt. En dat is uiteraard ook zo bij kinderen.