Coxsackievirus en het hart
Coxsackievirussen zijn enterovirussen van de familie van de Picornaviridae (kleine RNA-virussen). Coxsackievirussen kunnen de spieren en met name de hartspier aanvallen.
Coxsackievirussen zijn enterovirussen van de familie van de Picornaviridae (kleine RNA-virussen). Er werden coxsackievirussen ontdekt in de stoelgang van patiënten met poliomyelitis bij wie ze toevallig geassocieerd waren met het poliovirus. Er bestaan verschillende types. Coxsackie groep A veroorzaakt bovenste- en ondersteluchtweginfecties, hepatitis, myositis en lymfocytaire meningitis. Coxsackie groep B veroorzaakt spierpijn, diarree en aantasting van het hart, de zenuwen, de pancreas en de longen. De 23 subtypes van Coxsackie A en de 6 subtypes van Coxsackie B hebben specifieke antigenen. Coxsackievirussen kunnen de spieren en met name de hartspier aanvallen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat cardiomyocyten moleculen bevatten die coxsackievirussen en adenovirussen binden. Die moleculen worden coxsackie-en-adenovirusreceptoren (CAR) genoemd. In feite gaat het om adhesiemoleculen, die vooral op de intercalaire schijven van de cardiomyocyten zitten.
Een verdacht allel
De vatbaarheid voor ontwikkeling van ventrikelfibrillatie na een myocardinfarct zou ten dele erfelijk bepaald zijn. Wat is het biologische substraat van die aanleg? Om na te gaan of het geleidingsweefsel van de ventrikels een rol speelt bij de pathofysiologie van ventrikelfibrillatie, hebben Marsman et al. het effect van CAR op de ventriculaire geleiding onderzocht. Een genoombreed onderzoek voor opsporing van mogelijke pathogene varianten had de aandacht gevestigd op een locus op chromosoom 21 in de buurt van het CAR-gen. De auteurs hebben aangetoond dat mensen die drager zijn van dat risicoallel, een lagere hoeveelheid mRNA van CAR bevatten. Dat wijst erop dat een lagere hoeveelheid van die "receptor" predisponeert tot ventrikelfibrillatie bij ischemie.
Afwijkende kanalen
CAR+/- muizen vertonen een tragere ventriculaire geleiding en ontwikkelen gemakkelijker ventriculaire ritmestoornissen bij ischemie veroorzaakt door afbinden van de kransslagaders. In die situatie vermindert de natriumstroom in de intercalaire schijven. Andere tests wijzen erop dat de werking van de NaV1.5-natriumkanalen verstoord is. CAR zou dus invloed uitoefenen op de ventriculaire geleiding en de vatbaarheid voor ritmestoornissen bij myocardischemie.