UZ Brussel presenteert nieuwe aortakliniek

De aortakliniek van het UZ Brussel, die inmiddels al acht maanden bezig is, heeft haar eerste symposium gehouden om zich voor te stellen en haar expertise te delen. De twee directeurs van de aortakliniek, dr. Jan Nijs, hartchirurg, en prof. Erik Debing, vaatchirurg, waren niet weinig trots met meer dan 150 deelnemers.
"Het idee om een aortakliniek op te richten is al enkele jaren oud. Hart- en vaatchirurgen worden geconfronteerd met aandoeningen van de aorta die van overal komen. Er was dan ook dringend nood aan een gestructureerde aanpak van die aandoeningen om alle neuzen in dezelfde richting te krijgen", vertelt dr. Nijs.
De twee chirurgen hebben dan beslist om hun kennis en expertise te bundelen en de patiënten met aandoeningen van de aorta een gestandaardiseerde aanpak te bieden. De aortakliniek is april vorig jaar van wal gestoken.
"We maken in feite gebruik van de bestaande structuren van het ziekenhuis en bouwen bruggen tussen de verschillende afdelingen, specialisten en aandoeningen. Zo komen we tot een gecoördineerde aanpak van de patiënten en kunnen we een totaalbeleid voorstellen waarbij de patiënt een centrale plaats inneemt. Het zijn de artsen die naar de patiënt gaan en niet omgekeerd. De patiënt hoeft dus niet meer zelf naar de verschillende artsen te gaan. We hebben ook een coördinatrice die ervoor zorgt dat het parcours van de patiënt vlekkeloos verloopt", zegt prof. Debing.
Voor de verwijzende artsen is dat zeer praktisch. "De artsen weten niet altijd goed naar welke specialist ze moeten verwijzen. Nu kunnen ze hun patiënt dus gewoon verwijzen naar een kliniek en wij zorgen voor de rest. Het volstaat daarvoor om een mail te sturen naar aortakliniek@uzbrussel.be" , vervolgt Debing.
Vrij ongewoon is dat de patiënt door de twee chirurgen tegelijkertijd wordt gezien. Dr. Jan Nijs en prof. Erik Debing houden 's donderdags samen spreekuur en de patiënten worden dus terzelfder tijd gezien door een hartchirurg en een vaatchirurg. "En zo nodig, doen we een beroep op andere specialisten. Als het bijvoorbeeld gaat om een genetische afwijking, zorgen we ervoor dat de patiënt ook door een geneticus wordt gezien", voegt Jan Nijs er nog aan toe.
Het integrale interview vindt u in Artsenkrant nr. 2350