Lichte vooruitgang, maar het kan beter (BSC 2014)
De EuroAspire IV-studie, de vierde dus al in de reeks, blaast warm en koud. Er werd wat vooruitgang geboekt bij de secundaire preventie na een infarct, maar andere parameters verbeteren niet.
We kunnen niet genoeg herhalen dat een inspanning moet worden geleverd om de secundaire preventie na een myocardinfarct te verbeteren. Dat verklaart dan ook waarom de organisatoren EuroAspire IV-studie weer op het programma van het congres hebben geplaatst. Die studie werd in september al gepresenteerd op het congres van de ESC. In Brussel gaf dr. Catherine De Payer (UZ Antwerpen) een overzicht van de preventie in 2012-2013, waarbij ze nadrukkelijk verwees naar de EuroAspire IV-studie.
Epidemiologische gegevens wijzen erop dat het roken nagenoeg niet verminderd is sinds 2009. Jongeren blijken veel te roken. Dat de incidentie van obesitas verder stijgt (van 33% in 2009 tot 39% in 2012-2013), mag nauwelijks een verrassing worden genoemd. En centrale adipositas kent een vergelijkbare evolutie. Goed nieuws is dan weer dat de incidentie van hypertensie (van 52% naar 45%) en die van LDL-hypercholesterolemie aan het dalen zijn. De incidentie van diabetes is gestegen van 24% in 2009 tot 27%, wat te verwachten was.
Het percentage patiënten bij wie de hypertensie onder controle is, stijgt verder. Ook het percentage patiënten bij wie de LDL-cholesterolconcentratie onder controle is, blijft stijgen, maar het percentage diabetespatiënten dat de streefglykemie van 7 mmol/l of 126 mg/dl bereikt, stijgt maar licht. Het gebruik van geneesmiddelen die het hart-en-vaatstelsel beschermen (plaatjesaggregatieremmers, bètablokkers, RAAS-remmers en statines) is nagenoeg onveranderd gebleven. 95% van de patiënten krijgt evenwel plaatjesremmers, 81% bètablokkers, 71% remmers van het renine-angiotensinesysteem (maar 72% in 2009) en 89% statines (status quo). Die cijfers geven een idee van het werk dat al is geleverd, en van het werk dat nog moet worden geleverd.