Het hart en kankermedicijnen (BSC 2014)
Tal van kankermedicijnen hebben bijwerkingen op het hart, legde prof. Jean-Luc Balligand (UCL St-Luc) uit op het congres van de BSC. Hij ging daarbij met name in op de antracyclines en erb2-receptorantagonisten.
De nefaste effecten van antracyclines zijn bekend. Tot die familie behoren onder meer daunorubicine, doxorubicine en epirubicine. Ze hebben meerdere werkingsmechanismen: ze remmen de synthese van DNA en RNA en het topo-isomerase II, een enzym dat het DNA ontrolt voor de transcriptie en de replicatie; ze leiden tot de vorming van vrije zuurstofradicalen, die het DNA, de eiwitten en de celmembranen aanvallen, en ze werken in op de histonen, waardoor de cellulaire respons op de schade van het DNA ontregeld raakt. De cardiotoxiciteit van antracyclines is vooral toe te schrijven aan de reactieve zuurstofspecies die ze vormen. Die radicalen veroorzaken celnecrose. De toxiciteit is evenredig aan de cumulatieve dosis. Naar schatting zal tot 5% van de patiënten hartinsufficiëntie ontwikkelen vanaf een cumulatieve dosis van 500 mg/m2. Bij kinderen kan de schade in zekere mate worden verminderd met metaalchelatoren. De cardiotoxiciteit van antracyclines neemt nog toe bij combinatie met bijvoorbeeld trastuzumab, een erb2-receptorantagonist.
Erb2 is een tyrosinekinase dat gelijkt op een receptor (receptor-like tyrosine kinase). Bij een hele rist kankers waaronder bepaalde borstkankers wordt erb2 sterk tot expressie gebracht. Erb2 vormt dimeren met verschillende proteïnen (heterodimerisatie) waaronder erb3. Het erb2-erb3-dimeer is zeer oncogeen. Erb2-antagonisten zoals trastuzumab verhinderen de heterodimerisatie van erb2 met andere stoffen. Dimerisatie van twee erb2-moleculen onderling is noodzakelijk voor de groei en de proliferatie van de cellen en voor het behoud van de sarcomeerstructuur van de spiercellen, de angiogenese, het herstel en de overleving van de cel. Dat verklaart natuurlijk de toxiciteit van erb2-receptorantagonisten. Er zijn nog andere kankermedicijnen die cardiovasculaire bijwerkingen kunnen hebben. De cardioloog moet dus samenwerken met de oncoloog, concludeerde prof. Balligand.