De deur-tot-naald-tijd bij CVA verkorten
Een studie uitgevoerd in het Massachusetts General Hospital (MGH) heeft onderzocht hoe de door-to-needle time (tijd van de deur tot de naald) en de door-to-CT time (tijd van de deur van het ziekenhuis tot het uitvoeren van een CT-scan), twee parameters die cruciaal zijn bij een CVA, kunnen worden verbeterd. Het blijkt inderdaad mogelijk te zijn beide intervallen te verkorten.
De Amerikaanse richtlijnen raden aan om een beeldvormingsonderzoek uit te voeren binnen 25 minuten na aankomst van patiënten met een acuut CVA op de spoedgevallendienst en om tPA toe te dienen binnen 60 minuten na aankomst. In 2007 heeft het MGH een nieuw model uitgewerkt dat gebaseerd is op de beste praktijken. Deze studie heeft effecten van die interventie op de DTN en de door to-CT-time geanalyseerd.
284 van de 2595 patiënten met een acuut CVA die in de studie werden opgenomen, hebben tPA intraveneus gekregen. Het percentage patiënten waarbij een CT-scan werd uitgevoerd binnen 25 minuten na aankomst op de spoedgevallendienst, is gestegen van 26,7% tot 52,3%, dus bijna een verdubbeling. Ook het percentage patiënten met een DTN van minder dan 60 minuten was bijna verdubbeld: van 32,4% naar 70,3%.
Er was geen fundamenteel verschil in demografische kenmerken, comorbiditeit en de CVA-score op de schaal van de National Institutes of Health (NIH) tussen de patiënten met een DTN ? 60 min en de patiënten met een DTN > 60 min.
De auteurs concluderen dan ook dat de door-to-CT en de DTN spectaculair zijn verbeterd sinds de invoering van 10 nieuwe "beste praktijken". De enige factor die significante invloed uitoefent op de DTN-tijd, is de interventie zelf. Dat wijst erop dat die beste praktijken kunnen resulteren in een kortere DTN-tijd.