Het overlijdensrisico meten bij patiënten met een ICD
Een Zwitserse studie heeft onderzocht of de sterfte bij patiënten met een implanteerbare cardioverter-defibrillator (ICD) kan worden voorspeld met een eenvoudig risicomodel, dat wordt gebruikt in de primaire preventie en bij patiënten met ischemisch hartlijden.
Deze retrospectieve studie uitgaande van een Zwitsers register heeft de gegevens doorgenomen van alle patiënten bij wie een cardioverter-defibrillator werd ingeplant in een tertiair referentiecentrum.
De risicofactoren waren een leeftijd hoger dan 70 jaar, een QRS-complex breder dan 120 msec., atriumfibrillatie, een functioneel stadium 2 of hoger volgens de New York Heart Association en een glomerulusfiltratiesnelheid lager dan 60 ml/min./1,73 m². Er werden Kaplan-Meiercurven opgesteld voor patiënten met geen enkele, één of twee risicofactoren.
In het totaal ging het om 1032 patiënten; 86% mannen, gemiddelde leeftijd 61±14 jaar, die gedurende gemiddeld 66 ± 46 maanden werden gevolgd. 32% van de patiënten vertoonde geen enkele risicofactor, 27% één, 20% twee en 21% meer dan twee risicofactoren. De cumulatieve overleving was 82% bij de patiënten zonder risicofactor, 63% bij de patiënten met één, 1,41% bij de patiënten met twee en 23% bij de patiënten met meer dan twee risicofactoren.
Daaruit besluiten de auteurs dat gebruik van een eenvoudige risicoscore de sterfte op lange termijn kan voorspellen in een gemengde populatie van patiënten met een implanteerbare cardioverter-defibrillator in de primaire en de secundaire preventie, maar niets zegt over een geschikt gebruik van de ICD.