Zwangerschap bij patiënten met een structurele hartziekte
Een internationale studie betreffende de prognose van zwangere vrouwen met een structurele hartziekte, waaraan Julia De Backer (UZ Gent) heeft meegewerkt, komt tot de conclusie dat hartinsufficiëntie de geduchtste complicatie is.
Tussen 2007 en 2011 werden 1321 vrouwen met een klepafwijking, een aangeboren hartziekte, ischemisch hartlijden of een cardiomyopathie in 60 ziekenhuizen in 28 landen in de studie opgenomen.
De studie werd vooral uitgevoerd om na te gaan welke factoren een voorspellende waarde hebben wat hartinsufficiëntie, overlijden van de moeder of overlijden van de foetus betreft.
173 patiënten (13,1%) hebben een hartinsufficiëntie ontwikkeld. Dat is duidelijk de frequentste cardiovasculaire complicatie bij die patiënten.
De hartinsufficiëntie is gemiddeld opgetreden na 31 weken zwangerschap. De incidentie was het hoogst op het einde van het tweede trimester en rond de bevalling.
Hartinsufficiëntie treedt vaker op bij patiënten met een cardiomyopathie of pulmonale hypertensie en correleert sterk met pre-eclampsie, een ongunstige evolutie bij de moeder en perinatale complicaties.
De sterfte is hoger bij de patiënten met hartinsufficiëntie dan bij de patiënten zonder hartinsufficiëntie.