Intra-aortale ballonpomp, beperkt nut?
De resultaten na 12 maanden van de Duitse IABP-SHOCK II-studie bevestigen de observaties na 30 dagen. Bij vroege revascularisatie wegens myocardinfarct gecompliceerd met een cardiogene shock verlaagt plaatsing van een intra-aortic balloon counterpulsation de sterfte niet. De ESC, het ACC en de AHA hebben hun richtlijnen daarom gezamenlijk aangepast, waarbij het niveau van bewijskracht van IABP naar beneden werd herzien.
IABP-SHOCK is de grootste klinische studie ooit van het effect van plaatsing van een intra-aortale ballonpomp bij patiënten met een myocardinfarct gecompliceerd met een cardiogene shock. In die gerandomiseerde, open, multicentrische studie werden 600 patiënten bij wie een vroege revascularisatie werd uitgevoerd wegens een myocardinfarct gecompliceerd met een cardiogene shock, ingedeeld in twee behandelingsgroepen. In de eerste groep werd een intra-aortale ballonpomp geplaatst, in de tweede niet. Het primaire eindpunt was de sterfte na 30 dagen. Ook waren een follow-up na 6 en 12 maanden en een evaluatie van de levenskwaliteit voorzien.
De resultaten na 30 dagen, die in 2012 werden gepubliceerd, zijn negatief gebleken: er werd geen verschil in sterfte waargenomen. De Duitse groep heeft die resultaten na één jaar bevestigd: er was geen verschil in sterfte, het percentage recidiefinfarct, de incidentie van cerebrovasculair accident en de noodzaak tot revascularisatie tussen de twee groepen. Ook de levenskwaliteit was vergelijkbaar.