Niet-invasieve beeldvorming om gevaarlijke atheroomplaten op te sporen
De 18F-PET-scan zou een eerste niet-invasieve beeldvormingstechniek kunnen zijn om gevaarlijke atheroomplaten in de kransslagaders op te sporen en te lokaliseren. Dat is de conclusie van een Schotse, prospectieve klinische studie bij 80 patiënten.
De studie werd uitgevoerd bij 40 patiënten met een recent myocardinfarct bij wie een invasieve coronariografie en een PET-scan met de radioactieve tracers natriumfluoride (18F-NaF) en fluorodesoxiglucose (18F-FDG) werden uitgevoerd. Het was daarbij de bedoeling om de absorptie van de marker in atheroomplaten die verantwoordelijk waren voor het infarct, te vergelijken met de absorptie in andere atheroomplaten. De atheroomplaat die verantwoordelijk was voor het infarct, werd geïdentificeerd met een coronariografie, het referentieonderzoek in die indicatie. Bij 37 van de 40 patiënten stemde de zone die het sterkst 18F-NaF opnam, inderdaad overeen met die plaat. De zones van absorptie van 18F-FDG in de kransslagaders werden echter gemaskeerd door absorptie in het myocard. 18F-FDG is dan ook geen goede marker in die indicatie.
De techniek werd ook uitgevoerd bij veertig patiënten met een stabiele angina pectoris. 45% vertoonde atheroomplaten die meer 18F-NaF absorbeerden. Die platen vertoonden ook meer kenmerken van hoogrisicozones bij intravasculaire echografie zoals microverkalkingen, een necrotische kern of een positieve remodeling. De absorptie van de marker werd vervolgens vergeleken met histologische observaties op een kleine reeks monsters van een carotisendarteriëctomie. Opnieuw werd een correlatie waargenomen met zones van ruptuur van atheroomplaten met typische histologische beelden van verkalkingen, infiltratie door macrofagen, apoptose en necrose.
Een en ander moet uiteraard nog worden gevalideerd, maar een 18F-NaF-PET-scan, die al vele jaren wordt gebruikt bij de beeldvorming van het bot, zou een belangrijke aanwinst kunnen vormen, ook al omdat het onderzoek niet zo duur is.