Cardiale revalidatie in 2013: zijn er genoeg bewijzen?
Op die vraag heeft Selina Kikkenborg (Universitair Ziekenhuis van Kopenhagen) een antwoord willen geven. Een belangrijke vraag in een tijd van budgettaire besparingen op dat vlak in België.
Cardiale revalidatie omvat adviezen voor lichaamsbeweging, lichaamsbeweging 2,5-4 uur per week, voedingsadviezen, gewichtscontrole, aanpak van de lipiden, follow-up van de bloeddruk, rookstop en een psychosociale omkadering. Diabetes, perifeer arterieel lijden, een acuut coronair syndroom, stabiele angina pectoris en electieve coronaire angioplastiek, hartchirurgie, chronische hartinsufficiëntie en harttransplantatie vereisen een specifieke behandeling/aanpak.
In een studie gebaseerd op de RAMIT-studie konden geen gunstige effecten worden aangetoond, maar S. Kikkenborg benadrukte dat de revalidatie wel kwalitatief goed moet zijn, wat bijvoorbeeld niet het geval blijkt te zijn in het Verenigd Koninkrijk. De experts vermelden meerdere belangrijke factoren in dat verband, die ontbreken in deze studie, zoals de duur van de revalidatie, de componenten van de revalidatie, de lichaamsbeweging, geen evaluatie en geen implicatie van de artsen. Al die factoren zouden moeten uitmonden in echte gunstige effecten.
De kwaliteit van de revalidatie is essentieel. Interessant is ook de 'position paper' van het ACPR: Piepoli MF et al. Eur Heart J. 2013;doi:10.1093/eurheartj/ehq236.
Samengevat, concludeert S. Kikkenborg, "zijn er voldoende bewijzen om meer patiënten op te nemen in revalidatieprogramma's, maar anderzijds is het bewijsmateriaal toch nog niet sterk genoeg om het onderzoek ter zake stop te zetten."
M.E.