Hartchirurgie in Nederland
Eind november maakten de zestien centra voor hartchirurgie in Nederland hun sterftecijfers voor bypassoperaties, geïsoleerde aortaklep- vervangingen en een combinatie van beide ingrepen bekend. De cijfers liggen in de lijn der verwachting.
Bij de Noorderburen begon men al in 1995 met een landelijke registratie van hartchirurgische ingrepen. Sinds 2005 werkt ook de Nederlandse Vereniging voor Thoraxchirurgie (NVT) hieraan mee en vanaf 2007 is de registratie volledig voor de zestien centra die Nederland telt. Volgens de thoraxchirurgen zijn de (geanonimiseerde) statistieken betrouwbaar en redelijk goed vergelijkbaar. Over het algemeen scoren de centra vrij goed. De sterfte is in overeenstemming met wat kan verwacht worden op basis van de EuroSCORE. Wel stelt men voor geïsoleerde aortaklepvervangingen een hoger dan te verwachten sterfte vast in één centrum. Voor bypassoperaties vallen twee hartcentra in positieve zin op en ook voor een combinatie van de twee ingrepen scoort één centrum beter dan verwacht.
Niet openbaar
Tussen 1995 en 2011 werden in Nederland meer dan 200.000 hartoperaties bij volwassenen geregistreerd. De gemiddelde leeftijd van de patiënten stijgt, zowel bij mannen als bij vrouwen. Daarentegen daalt het aandeel bypassoperaties gestaag. Wel is er een grote variatie in aantal uitgevoerde bypassoperaties per centrum. Tevens zijn er grote verschillen inzake gebruikte technieken. Het aantal geïsoleerde aortaklepvervangingen steeg lichtjes en het type geïmplanteerde protheses veranderde sterk in de loop der jaren. Zo is het aantal bioprothesen bijvoorbeeld van 30 naar ruim 70 % gestegen. In Nederland hebben de academische centra en de perifere ziekenhuizen, verenigd in de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen, in oktober beslist geen algemene sterftecijfers te publiceren. Ze vinden de statistieken niet goed vergelijkbaar. Wel werd afgesproken dat de ziekenhuizen de cijfers zelf openbaar mogen maken. Sommige hospitalen deden dat ondertussen ook.