'Cardiale MRI begint met plaatjes, maar de data zijn het belangrijkst'
Op 14 december organiseert UZ Leuven een symposium over de spectaculaire evolutie van twintig jaar cardiale MRI in het ziekenhuis. Om u alvast een voorsmaak te geven, trokken we naar één van de organisatoren, professor Jan Bogaert.
Prof. Bogaert: "Het absolute aantal cardiale MRI-onderzoeken nam over de jaren duidelijk toe. Enerzijds omdat het aantal indicaties is gestegen. Anderzijds omdat de cardiologen beter op de hoogte zijn van de indicaties voor doorverwijzing. In UZ Leuven doen we actueel zo'n 1.200 onderzoeken per jaar. En daar zijn heel weinig negatieve onderzoeken bij. Het enige negatieve onderzoek is het uitsluiten van een structurele pathologie, bijvoorbeeld rechterventrikeldysplasie, maar in alle andere gevallen draagt MRI bij tot de diagnose. "
Van statisch naar dynamisch
Niet zozeer de design van het toestel is geëvolueerd, maar voornamelijk alles wat binnenin de magneet zit. Zo kan je nu beelden van het hart bij elke hartslag maken. In een half uur is een zeer gedetailleerd bilan van het hart mogelijk, niet alleen zuiver morfologisch maar ook functioneel. Bovendien kan je met MRI het beeldvlak perfect willekeurig kiezen, wat een voordeel is tegenover echocardiografie. "Initieel begonnen we met zwartbloedbeelden: stromend bloed is zwart en we spelen met verschillen in relaxatiekarakteristieken tussen myocard, vetweefsel en stromend bloed om beelden te maken, zonder een contraststof in te spuiten. De hartbeweging kan bevroren worden door de meting te synchroniseren met het ECG.
Zone microvasculaire obstructie
"We kunnen ook een contraststof inspuiten en de passage van die stof door het hart volgen. Zo worden minder bevloeide delen van de hartspier opgespoord", vervolgt prof. Bogaert.
Diagnostisch en prognostisch
Met deze MRI-technieken kan je heel subtiele beschadigingen van het myocardweefsel (tot < 1g) opsporen, bijvoorbeeld een periprocedurale necrose.
Kijken waar anderen niet kijken
Ze waren in Leuven ook de eersten om met MRI te focussen op het rechterventrikel na een infarct, of naar early postinfarction pericardial injury. "Een infarct stopt niet aan de buitenkant van het myocard maar kan ook een prikkeling van het pericard geven. Dit kan een pericarduitstorting zijn of een pericarditis. Inflammatoir pericard kleurt wit aan, vaak sterker dan de zone van het acute infarct. Na vier maanden is de inflammatoire fase voorbij, de aankleuring van het pericard is weg, we zien nog alleen het infarct. We hebben kunnen aantonen dat infarcttransmuraliteit, CRP en voorwandinfarcten onafhankelijke voorspellers zijn voor de aanwezigheid van vroegtijdige pericardschade postinfarct", aldus prof. Bogaert.
Nog veel meer indicaties
Prof. Bogaert noemt nog meer indicaties: "Een belangrijke indicatie zijn aritmogene rechterventrikeldysplasieën (ARVD): ongeveer twintig procent van onze aanvragen."