Waarom wordt iemand te dik?

Er zijn tal van oorzaken van overgewicht. Er wordt vooral een beschuldigende vinger uitgestoken naar de levenswijze, maar misschien spelen nog andere factoren mee: bepaalde ziektes zoals hypothyreoïdie, het cushingsyndroom,... en eetstoornissen zoals boulimie. Maar dat zijn zeker niet de belangrijkste oorzaken.
Er bestaat een genetische aanleg. De kans om zwaarlijvig te worden is groter als ook andere familieleden zwaarlijvig zijn. Tal van genen spelen mee bij de gewichtstoename en/of de daarmee samenhangende complicaties. Ook omgevingsfactoren en de gezinscultuur spelen mee.
In onze maatschappijen zijn de eetgewoontes veranderd als gevolg van de industriële voedselproductie. Daardoor komen er meer vetten en suikers op ons bord en die bevatten veel calorieën. De voedingsmiddelen worden ook malser en zijn gemakkelijker te kauwen, waardoor men geneigd zal zijn grotere hoeveelheden te eten. De toegang tot voedsel is heel gemakkelijk geworden en er wordt bovendien heel veel publiciteit voor gemaakt.
We leiden een almaar meer sedentair leven zowel in onze vrije tijd (tv, videospellen, internet,...) als voor verplaatsingen (autogebruik,...).
Ook stress speelt een rol. Mensen die gestrest zijn, kunnen troost vinden in eten, en dat fenomeen wordt toegeschreven aan neurotransmitters. Slaaptekort kan het hongergevoel verhogen. Bepaalde geneesmiddelen tot slot kunnen een gewichtstoename in de hand werken (antidepressiva, hormoontherapie, corticosteroïden,...).
Gevolgen voor de gezondheid Diabetes
Obesitas veroorzaakt stoornissen van het koolhydraatmetabolisme en type 2-diabetes. Consumptie van eenvoudige suikers en vetten en een sedentair leven veroorzaken insulineresistentie, die kan uitmonden in type 2-diabetes. De insulineresistentie is toe te schrijven aan een ophoping van vet in de spieren en het viscerale vetweefsel. Dat geeft vrije vetzuren af, die de synthese van triglyceriden in de lever en de productie van energie door neoglucogenese in de lever verhogen. Vrije vetzuren en glucose wedijveren als energiebron voor de spieren. De energie van de spieren wordt niet meer geleverd door glycogeen en de glycogeenvoorraden in de spieren worden niet aangesproken. Daardoor verminderen het gebruik en de opslag van glucose in de spieren en worden vooral vetzuren geoxideerd met productie van glucose in de lever. Dat alles zal de glykemie verhogen. Er is meer en meer insuline nodig om de glykemie normaal te houden en op de duur treedt diabetes op.
Vermagering, een evenwichtige voeding en lichaamsbeweging nemen kunnen het probleem corrigeren en het optreden van diabetes verhinderen. 44% van de gevallen van type 2-diabetes is toe te schrijven aan overgewicht.
Cardiovasculaire problemen
Insulineresistentie gaat vaak samen met hypertensie, hypertriglyceridemie en een lage HDL-cholesterolconcentratie. Er is dus een hoger risico op atherosclerose, ontsteking van de slagaders en vasculaire accidenten. Volgens de WGO is 23% van de hart- en vaataandoeningen toe te schrijven aan overgewicht.
Andere comorbiditeiten
Die metabole afwijkingen leiden bovendien tot dyslipidemie, leververvetting, chronisch nierlijden,...
Overgewicht wordt beschouwd als een factor die bepaalde kankers in de hand werkt, namelijk borst-, baarmoeder en leverkanker. Zwaarlijvige vrouwen vertonen inderdaad niet zelden hormonale afwijkingen (cyclusstoornissen).
Gonartrose is een frequent probleem door overbelasting van de kniegewrichten. Gonartrose veroorzaakt ongemak en pijn en zal ertoe leiden dat de patiënt nog minder gaat stappen en bewegen.
Obesitas verhoogt ook het risico op gastro-oesofageale reflux en werkt huidziekten zoals schimmelinfecties, psoriasis en veneuze insufficiëntie met ontsierende huidafwijkingen in de hand. Daar komt nog bij dat zwaarlijvige mensen in onze maatschappij met haar schoonheidsideaal van magerheid meesmuilend worden bekeken, wat psychologische en maatschappelijke problemen kan veroorzaken.
Dieetadviezen en gezonde levenswijze
De apotheker kan zijn patiënten adviezen geven over een gezonde levenswijze.
De apotheker kan de patiënten aanraden meer te bewegen volgens hun lichamelijke mogelijkheden. Realistische doelstellingen zijn belangrijk. Alle zwaarlijvigen zouden regelmatig lichaamsbeweging moeten nemen en zouden moeten vermageren. Het streefdoel is minstens 150 minuten matige lichaamsbeweging per week (ongeveer 20 minuten stappen per dag) of 75 minuten intense fysieke activiteit.
Om effectief te zijn, mag het vermageren niet te snel gaan. Een te caloriearme voeding kan immers spierverlies veroorzaken. Het vermageren dient progressief te gebeuren en idealiter zou enkel de vetmassa moeten afnemen. Goede eetgewoontes zijn dan ook belangrijk (aandacht voor de voedselpiramide). De frequentste fouten zijn te veel snelle suikers, te veel verzadigde vetten en te weinig fruit en groenten. Om de slaagkansen te verhogen, moet men de eetgewoontes progressief aanpassen. De Nutri-scores op de etiketten op veel voedingsmiddelen zijn een goed uitgangspunt. Een diëtist kan zeer waardevolle adviezen geven.
Er bestaan meerdere vermageringsdiëten. Bij sommige worden een of meer voedingsmiddelen uitgesloten. Daardoor daalt de totale voedselinname wel, maar kunnen er tekorten optreden. Andere diëten zijn gebaseerd op chronobiologie.
Sommige mensen gebruiken maaltijdvervangers, maar men mag niet exclusief maaltijdvervangers eten en ook niet gedurende lange tijd. Het probleem met die methode is dat er totaal geen sprake is van voedingseducatie.
Refractaire gevallen worden behandeld door een multidisciplinair team. Eventueel kan bariatrische chirurgie overwogen worden.
Geneesmiddelen
Er bestaan weinig geneesmiddelen om te vermageren. In België hebben we orlistat. Orlistat verlaagt de absorptie van het vet in de voeding met ongeveer 30% en moet dan ook worden gecombineerd met een vetarme voeding omdat anders bijwerkingen kunnen optreden (diarree, imperatieve aandrang, winderigheid).
Anderzijds bestaan er allerhande voedingssupplementen die bedoeld zijn om te vermageren. De meeste verhogen de eliminatie (hoofdzakelijk van water) of stimuleren het metabolisme. Ze kunnen doeltreffend zijn, maar enkel in het kader van een evenwichtige voeding.