Medisch-farmaceutisch overleg in opmars

"Eenmaal apothekers en artsen hebben deelgenomen aan een MFO plannen ze binnen het jaar een tweede of een derde overleg. Dat is bemoedigend en daarom zou ik suggereren om één MFO per jaar te verplichten. Nu is het te vrijblijvend."
Dat zegt apotheker Silas Rydant, MFO-verantwoordelijke bij de Koninklijke Apothekersvereniging Antwerpen (KAVA). In samenwerking met huisartsenvereniging Domus Medica ontwierp KAVA een aantal door het Riziv goedgekeurde pakketten ('kwaliteitsbevorderende programma's').
Drempelvrees
"We doen dat samen", aldus Rydant, "omdat de pakketten dan breed gedragen zijn en beter gecommuniceerd worden door de artsen." Het aantal pakketten is de jongste tijd 'exponentieel' gestegen. "De focus ligt op veilig geneesmiddelengebruik. Hoe gaan artsen en apothekers bijvoorbeeld om met patiënten die bloedverdunners nemen?"
Een MFO verloopt aan de hand van concrete casussen en bestaat meestal uit drie delen. "Eén deel toont steeds de meerwaarde voor apothekers, het tweede deel de meerwaarde voor artsen en een derde deel gaat over het maken van afspraken in het belang van de patiënt." Zo weten artsen onvoldoende wat een Gedeeld Farmaceutisch Dossier is en tot welke gegevens een apotheker toegang heeft. "Omgekeerd is natuurlijk ook waar. Apothekers zijn niet vertrouwd met een sumehr."
Volgens Rydant hebben nogal wat apothekers drempelvrees. "Essentieel is daarom dat pakketten zo zijn opgebouwd dat ze voor de patiënt een meerwaarde zijn. Ook is er een mentaliteitsverandering bezig. Jongere huisdokters bellen zelf al wel eens naar een apotheker. Niet enkel over attesten of terugbetaling, ook over inhoudelijke vragen. Belangrijk is dat het vertrouwen groeit."
Resulteren MFO's in een kwalitatief beter voorschrijfgedrag? Silas Rydant: "We hebben nog geen traditie of cultuur zoals in Nederland, de MFO's zijn bij ons vrij recent. Het aantal deelnemers is statistisch ook niet relevant. En het is niet verplicht." Verplichting zou volgens hem wel een goede zaak zijn. "Een MFO per eerstelijnszone of één thema per jaar is daarbij een optie. Voorts zou het Riziv meer ondersteuning kunnen bieden. Dat is nu vooral het werk van lokale beroepsverenigingen en DM met steun van heel wat artsen en apothekers. En een evaluatie door het Riziv zou ook mooi zijn."
Gemiddeld wonen elf apothekers en tien artsen een MFO bij, berekende apotheker Silas Rydant.
'Train the trainer'
Dokter Peter Dieleman, bij DM verantwoordelijk voor de uitwerking van kwaliteitbevorderende programma's, ziet de MFO's meer en meer uitdeinen. "Er doet zich een vergelijkbare evolutie voor zoals bij de introductie van de Lok's vroeger", zegt hij. "Beide beroepsgroepen moeten elkaar eerst leren kennen en dat is een proces van jaren." Dieleman verwijst naar Nederland waar het Farmacotherapeutisch Overleg pas na vijf jaar effect had op het voorschrijfgedrag. "Daar zijn we in ons land nog niet aan toe. Uiteraard wil de overheid zo snel mogelijk resultaten zien, vooral dan besparingen. Maar impact op de top tien van de meest voorgeschreven geneesmiddelen of op het budget is er nog niet." Dokter Dieleman hoopt wel dat het MFO structureel ingebed geraakt in de navorming.
Voorts wijst hij erop dat het pakket 'chronische nierinsufficiëntie' tot nu toe het meest wordt gebruikt, een 80-tal keren. Dat is niet onbelangrijk want het zet sterk aan tot samenwerken.
Tot slot vermeldt Dieleman de opleiding tot MFO-animator ('train the trainer'). "Hiervoor worden centraal geregelde trainingssessies georganiseerd. Daarop geven we meer uitleg over de inhoud van de pakketten, wat men ermee kan doen enz. Die sessies staan uiteraard open voor artsen en apothekers."
www.medischfarmaceutischoverleg.be
MFO in cijfers en letters
Sinds de opstart in 2015 reserveert het Riziv elk jaar 980.000 euro voor lokale projecten in het kader van het Medisch Farmaceutisch Overleg (MFO). Dat budget, goed voor de financiering van maximaal 392 projecten, werd echter nog nooit opgebruikt.
De ziekteverzekering trekt voor het MFO een jaarbudget uit van twee miljoen euro. De helft daarvan gaat naar 'kwaliteitsbevorderende programma's' (in de wandeling 'pakketten' genaamd). Het 'Comité voor de evaluatie van de medische praktijk inzake geneesmiddelen' (CEG) volgt de MFO's op en geeft pas haar fiat aan lokale projecten indien ze zich baseren op kwaliteitsbevorderende programma's.
Daarnaast gaat, à rato van 2.500 euro per goedgekeurd project, 980.000 euro naar lokale initiatieven. Het restbedrag, 20.000 euro, besteedt men aan tien 'quality awards' -2.000 euro per award. De selectie van de 'best practices' is eveneens in handen van het CEG.
Uitbetalingssysteem
In de beginjaren van de MFO's - 2015, 2016 en de eerste helft van 2017 - ontving het projectteam van een lokaal project 1.250 euro indien het CEG een aanvraag 'ontvankelijk' verklaarde. Daar kwam 625 euro bovenop bij aanvaarding van het verslag van de MFO-vergadering en nogmaals 625 euro als het eindverslag - de evaluatie - goed werd bevonden. In totaal gaat het dus maximaal over 2.500 euro per project.
Sinds medio 2017 is een ander uitbetalingssysteem in voege. Een MFO ontvangt 500 euro bij aanvaarding van een project, 750 euro bij aanvaarding van het verslag en nogmaals 750 euro voor een goedgekeurd evaluatieverslag. Tot slot doteert het Riziv bijkomend 500 euro indien het MFO gebruik maakte van een animator. Ook in de nieuwe manier van honoreren, bedraagt het maximale bedrag per project dus 2.500 euro.
De uitbetaling bevindt zich in verschillende fasen. Sommige MFO's moeten nog hun eerste verslag indienen, anderen nog een eindverslag. Ook doen niet alle organisatoren beroep op een animator. Dat alles verklaart waarom de uitbetaalde bedragen per project verschillen.
Corona
Met het voorziene budget van 980.000 euro kunnen elk jaar 392 projecten gefinancierd worden. Dat bedrag is nog nooit opgebruikt. De reden is eenvoudig: nog geen enkel jaar hebben er 392 MFO's plaatsgevonden.
Het opstartjaar 2015 was goed voor drie aanvragen voor lokale projecten. Aangezien ze zich niet baseerden op een goedgekeurd kwaliteitsbevorderend programma werd geen enkel project aanvaard. In 2016, 2017, 2018 en 2019 liepen er respectievelijk 4, 40, 90 en 124 aanvragen binnen die allemaal ontvankelijk werden verklaard. Voor dit jaar zijn er 33 aanvragen binnen - waarvan één niet ontvankelijk. De coronacrisis deed het aantal aanvragen duidelijk stilvallen.
Bron: Riziv