PremiumMedische actualiteiten

Specialisten krijgen feedback over voorschriften buiten het ziekenhuis

photo

Nadat huisartsen begin 2019 feedback kregen over de geneesmiddelen die ze voorschrijven, kregen artsen-specialisten vorige maand op hun beurt een gelijksoortige feedback. Bedoeling is dat ze erover nadenken of hun keuze wel altijd de meest rationele is.

Wouter Colson - 13 januari 2020

Huisartsen kregen begin van dit jaar individuele feedback aangaande hun voorschriften voor vijf klassen van geneesmiddelen: antibiotica, protonpompinhibitoren, antidepressiva, NSAID en geneesmiddelen met een anticholinerge werking (geen klasse op zich, om correct te zijn, maar een aantal middelen uit verschillende klassen).

Ambulante raadpleging

De feedback betrof ambulante voorschriften, middelen die de open officina aan de patiënten leveren. Ze berustte op een analyse van Farmanet-gegevens voor het jaar 2017.

Niet alle specialisten kregen feedback. Alleen artsen die een specialisme beoefenen dat op nationaal niveau minstens 100.000 patiënten ziet tijdens een ambulante consultatie, kwamen voor de feedback in aanmerking.

Dermatologen en oftalmologen kregen ook geen feedback. Zij schrijven immers geen van de betrokken geneesmiddelen voor. Per specialisme werd er een rapport opgemaakt dat de geneesmiddelenklassen betreft die voor dat specialisme relevant zijn.

Specialismen als cardiologen, gastro-enterologen, pneumologen, orthopeden, endocrinologen, psychiaters en neurologen, ... - in totaal 17 disciplines - kregen de feedback wel.

Indicatoren

Voor elke klasse werden een of meer kwaliteitsindicatoren opgesteld. Hoeveel NSAID's schrijven specialisten voor aan mensen ouder dan 65 jaar, voor wie langdurig gebruik ervan niet is aanbevolen? Hoe vaak schrijven ze protonpompinhibitoren voor aan patiënten die daarmee meer dan 80 dagen op een jaar daarmee behandeld worden?

De percentages werden berekend aan de hand van hoeveel artsen van een bepaald specialisme een voorschrift aan de patiënt voor de betreffende geneesmiddelen afleverden, in verhouding tot de totale groep van patiënten uit een arrondissement, een provincie of een regio die op een ambulante raadpleging kwam bij een arts van dat specialisme.

De rationale achter deze indicatoren is bijvoorbeeld dat antidepressiva alleen bij een majeure depressie aangewezen zijn, en dat een te hoog percentage patiënten dat een voorschrift krijgt er misschien op wijst dat de arts toch te snel zijn toevlucht neemt tot deze farmaca.

Voor de antibiotica werd niet alleen het totale aantal voorschriften geanalyseerd, maar ook de keuze voor specifieke antibiotica: hoe vaak wordt amoxicilline zonder clavulaanzuur voorgeschreven en hoe vaak breedspectrumantibiotica? Wat is de verhouding tussen het aantal voorschriften voor nitrofuranen en chinolonen?

(Lees verder onder de grafiek.)

Het aandeel van vier frequent voorgeschreven klassen van breedspectrumantibiotica op het totale volume antibioticavoorschriften (in DDD), per specialisme.
Het aandeel van vier frequent voorgeschreven klassen van breedspectrumantibiotica op het totale volume antibioticavoorschriften (in DDD), per specialisme.© Riziv

Praktijkvariatie

Er werden geen bepaalde percentages vooropgezet als grens tussen rationeel en niet-rationeel voorschrijven. Maar de rapporten zijn rijkelijk geïllustreerd met grafieken die het gebruik en de variatie ervan tussen arrondissementen weergeven. Het Riziv spoort de artsen ertoe aan om dit in eer en geweten voor zichzelf of voor hun groep te analyseren.

Vooral de variatie tussen verschillende arrondissementen kan daarbij een aanknopingspunt vormen. Die is niet zelden tamelijk groot, wat voor ieder specialisme mooi in kaart werd gebracht. Voor die praktijkvariatie kunnen er overigens ook andere, objectieve factoren bestaan buiten de individuele voorschrijfstijl van de artsen. De samenstelling van de patiëntenpopulatie kan verschillen van streek tot streek, de epidemiologie en de toegang tot het betreffende specialisme.

Maar op provinciaal en op regionaal niveau werden de percentages gestandaardiseerd. Dat wil zeggen dat verschillen in de samenstelling van de bevolking qua sekse, leeftijd en sociaal statuut (al dan niet voorkeursgerechtigd) al werden verrekend en de op dat niveau vastgestelde verschillen niet meer kunnen verklaren.

Het percentage patiënten in een arrondissement dat in 2017 minstens een antibioticumvoorschrift kreeg van een pneumoloog, op het totaal aantal patiënten uit het betrokken arrondissement dat minstens een keer in het jaar een pneumoloog raadpleegde. Het natiotale gemiddelde is 10,8% - de kleur geeft weer in welke mate een arrondissement afwijkt van dit gemiddelde (zie tabel).
Het percentage patiënten in een arrondissement dat in 2017 minstens een antibioticumvoorschrift kreeg van een pneumoloog, op het totaal aantal patiënten uit het betrokken arrondissement dat minstens een keer in het jaar een pneumoloog raadpleegde. Het natiotale gemiddelde is 10,8% - de kleur geeft weer in welke mate een arrondissement afwijkt van dit gemiddelde (zie tabel).© Riziv

Wat heb je nodig

Krijg GRATIS toegang tot het artikel
of
Proef ons gratis!Word één maand gratis premium lid en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • digitale toegang tot de gedrukte magazines
  • digitale toegang tot Artsenkrant, De Apotheker en AK Hospitals
  • gevarieerd nieuwsaanbod met actualiteit, opinie, analyse, medisch nieuws & praktijk
  • dagelijkse newsletter met nieuws uit de medische sector
Heeft u al een abonnement? 

Deel je (nieuws)verhaal

Heb je nieuws dat relevant is voor onze redactie? Deel het met ons via het meldformulier.

Nieuws melden
Print Magazine

Recente Editie
12 mei 2026

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine