Planten als voedingssupplement

Hoe kunnen we weten of iets een geneesmiddel, dan wel een voedingssupplement is? Een vraag die regelmatig gesteld wordt in apothekersmiddens. Heel eenvoudig: voedingssupplementen krijgen geen plaats in het Gecommentarieerd Geneesmiddelenrepertorium van het Belgisch Centrum voor Farmacotherapeutische Informatie (BCFI)1. Indien de naam niet voorkomt in het 'groene boekje', hebben we niet te maken met een geneesmiddel.
In 1997 werd met een koninklijk besluit (KB) orde op zaken gesteld voor voedingssupplementen die planten bevatten2. In 2017 werd de lijst met toegestane planten uitgebreid tot meer dan 1000 species, met specificatie van de plantendelen die mogen gebruikt worden. Een plant die niet voorkomt in deze lijst mag in België niet op de markt van voedingssupplementen komen.
Het afleveren in de apotheek van voedingssupplementen op basis van planten vraagt deskundigheid. Om geloofwaardig over te komen moeten we beschikken over voldoende voorkennis. Voedingssupplementen zijn vrij verkrijgbaar, ook buiten de apotheek. Hun verkoop vraagt dus geen tussenkomst van een professionele zorgbeoefenaar, tenminste als de plant en het plantendeel vermeld staan in de positieve lijst van het KB 1997-2017. Toch gelden 317 restricties voor diverse planten. De restricties hebben betrekking op voorzorgen die moeten genomen worden bij gebruik, maar kunnen ook het karakter van een contraindicatie aannemen. In de onderstaande tabel lezen we enkele voorbeelden, van toepassing op courant gebruikte planten. Bij de restricties in het KB wordt de apotheker 66 keer genoemd als professioneel gezondheidswerker waarbij de patiënt terecht kan om raad te vragen.
Vanuit economisch standpunt zouden de restricties beschouwd kunnen worden als beperkend voor voedingssupplementen die vrij moeten kunnen circuleren in de landen van de Europese Unie. Daarom moest het ontwerp van KB voorgelegd worden aan de Europese autoriteiten. Stuk voor stuk moesten we bewijzen dat de restricties gebaseerd zijn op wetenschappelijke informatie. Het Belgisch KB krijgt zo een Europees karakter, ook wat betreft het niet toegelaten zijn van plantensoorten en - delen in België.
Conclusie: het KB 1997-2017 reguleert het op de markt brengen van voedingssupplementen op basis van planten. De apotheker krijgt er een belangrijke plaats in als professionele gezondheidswerker. De apotheker is correct geplaatst om veilig gebruik door de patiënt te waarborgen, ook al gaat het over niet-geneesmiddelen.
1. Belgisch Centrum voor Farmacotherapeutische Informatie (BCFI): https://www.bcfi.be/nl/start (geraadpleegd op 20 oktober 2019).
2. Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 29 augustus 1997 betreffende de fabricage van en de handel in voedingsmiddelen die uit planten of uit plantenbereidingen samengesteld zijn of deze bevatten. Belgisch Staatsblad 10.02.2017 pp. 19721-19819.