Onrust in apothekersland
De Nederlandse apothekerswereld stond vorige week even op zijn kop toen in de Financiële Telegraaf een artikel verscheen waarin werd gesteld dat 30 tot 40 procent van de Nederlandse apotheken zijn deuren zal moeten sluiten. De Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering van de Pharmacie (KNMP) haastte zich om het bericht te nuanceren.
Het artikel in de Financiële Telegraaf kwam niet uit de lucht vallen. Eerder lekte immers uit dat de Mediq, de grootste apothekersketen in Nederland, zal moeten reorganiseren om te overleven. Maar om van daaruit te stellen dat minstens een op de drie apotheken in Nederland zal moeten sluiten, is volgens KNMP een brug te ver. Dat de financiële druk is toegenomen, kan niemand ontkennen. De werkdruk is bovendien gestegen, de opbrengsten zijn lager dan verwacht en het referentiebeleid is moordend. Net zoals onze apothekers klagen ook de Nederlandse apothekers dat ze met zoveel regelgeverij bezig zijn, dat ze amper nog tijd hebben voor farmaceutische zorg. Apothekers spenderen veel te veel tijd aan het uitleg geven over terugbetaling en beschikbaarheid van geneesmiddelen. KNMP maakt zich grote zorgen en ziet de toekomst donker in. Maar vooraleer conclusies te trekken of prognoses te doen, wil de maatschappij eerst met alle politieke partijen gesprekken voeren.