Internet, vloek of zegen...
De patiënt wordt steeds mondiger, is steeds beter geïnformeerd en wil steeds meer op de hoogte zijn van wat de medische wetenschap hem kan bieden. Naast de huisarts en, in de tweede plaats, de apotheker is nu vooral internet zijn belangrijkste informatiebron.
De macht van internet is groot en is vooral veel groter dan we denken. Dat bewijst een wereldwijd onderzoek door InSites Consulting. Dat ging na waar patiënten hun informatie halen, welke informatie ze zoeken en op wie ze in die zoektocht steunen. De patiënt heeft een soort draaiboek als het om zijn gezondheid gaat. Voelt hij een kwaaltje waar hij niet vertrouwd mee is, dan zal hij eerst afwachten. Daarna gaat hij op zoek. Hij praat erover met vrienden en familie, maar - vooral - hij gaat op zoek op internet. Pas daarna trekt hij naar zijn huisarts, desnoods naar de apotheker.
Vrouwen
De internaut zit niet elke dag te surfen naar gezondheidsonderwerpen, maar 43 procent geeft wel toe dat dit minstens een keer per maand gebeurt. InSites merkt in dit kader wel op dat er een ongelijke verdeling is tussen Europa en Azië. In Europa is dat 28 procent, in Azië 72 procent. Vrouwen surfen gemakkelijker naar gezondheidssites dan mannen, maar er is geen groot verschil in het medisch surfgedrag van jongeren en ouderen.
Eerst internet
InSites deed de analyse naar het aantal patiënten dat geconfronteerd wordt met een probleem en dat probleem eerst op internet gaat opzoeken voor hij live advies gaat vragen aan een gezondheidswerker. In de top 5 vinden we haarverlies (39 %), menopauze (37 %), artritis (33 %), blaasinfecties (31%) en problemen met het libido (30 %). Dat wil zeggen dat bijna vier op de tien patiënten die symptomen gerelateerd aan de menopauze hebben op internet naar informatie gaan zoeken. Zij zoeken eerst en vooral naar informatie over behandeling, nieuwe behandelingen, neveneffecten, symptomen en hun impact en comorbiditeit.
Betrouwbaarheid
De patiënt weet maar al te goed dat niet alles wat internet hem biedt, ook betrouwbaar is. Sites die op een specifiek syndroom focussen, worden als betrouwbaarder ingeschat dan berichten op de sociale netwerksites. Maar ook de sites van ziekteverzekeraars en die van farmaceutische bedrijven worden door de patiënt niet gepercipieerd als een voorbeeld van betrouwbaarheid. Overheidssites, online gezondheidsencyclopediën en medische portaalsites krijgen wel goede punten.
Vertrouwen
Internet mag dan nog een grote bron van informatie zijn, de patiënt blijft gelukkig nog vertrouwen op het advies van zijn arts. De huisarts staat daarbij op kop, gevolgd door de specialist, familie, vrienden en internet. Pas daarna komt de apotheker. 15 procent van de patiënten vraagt advies over zijn aandoening bij de apotheker. Bronnen zoals patiëntenorganisaties, patiëntenfolders en de bibliotheek zijn verwaarloosbaar.