Raad van State vindt verbod op terugbetaling remgeld niet onredelijk
Kamerleden Alexia Bertrand en Irina De Knop (Anders.) dienden in mei van dit jaar een wetsvoorstel in om de terugbetaling van het remgeld via aanvullende diensten van de ziekenfondsen te verbieden. De Raad van State vindt het voorstel niet onredelijk.
METEEN MEE
Het wetsvoorstel verbiedt terugbetaling via aanvullende voordelen en diensten.
Doel is het responsabiliserende effect van het wettelijk persoonlijk aandeel te herstellen en overconsumptie te beperken.
Het verbod geldt vooral voor laagdrempelige ambulante zorg.
Nood aan voldoende feitelijke onderbouwing om gelijkheidsbeginselen te respecteren.
Nadat Alexia Bertrand en Irina De Knop (Anders.) in mei van dit jaar hun wetsvoorstel indienden, vroeg kamervoorzitter Peter De Roover (N-VA) hierover een advies van de Raad van State. Die bracht op 29 oktober een advies uit.
De verplichte ziekteverzekering in België steunt op solidariteit. Patiënten betalen een wettelijk persoonlijk aandeel om overconsumptie van zorg te beperken. In de praktijk betalen ziekenfondsen echter steeds vaker dit persoonlijk aandeel gedeeltelijk of volledig terug via aanvullende verzekeringen. Door die terugbetalingen verdwijnt de financiële drempel voor patiënten, waardoor het responsabiliserende effect van het persoonlijk aandeel wegvalt. Dit leidt tot onnodige of overmatige zorgconsumptie.
Dit wetsvoorstel heeft tot doel om het oorspronkelijke doel van het remgeld te herstellen door ziekenfondsen te verbieden om dit wettelijk persoonlijk aandeel nog terug te betalen via aanvullende voordelen en diensten.
Laagdrempelige ambulante zorg
Volgens de Raad van State leidt het voorstel tot een verschil in behandeling tussen personen naargelang van de categorie waartoe een zorgverstrekking behoort. Voor de in artikel 2 van de bijlage bij het KB ‘tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen’ bedoelde verstrekkingen wordt de terugbetaling van het persoonlijk aandeel door de ziekenfondsen verboden, terwijl die terugbetaling voor andere verstrekkingen mogelijk blijft.
Dit onderscheid berust op de gedachte dat de terugbetaling van het persoonlijk aandeel vooral bij laagdrempelige ambulante zorg het responsabiliserende effect van het remgeld kan ondergraven. Bij zwaardere of complexere zorg zou de zorgvraag daarentegen minder afhankelijk zijn van een vrije consumptiekeuze, zodat een ruimer verbod verder zou gaan dan noodzakelijk om de beoogde doelstelling te bereiken.
"Ofschoon het gemaakte onderscheid niet onredelijk voorkomt in het licht van de grondwettelijke beginselen van gelijkheid en niet-discriminatie, verdient het steeds aanbeveling dergelijke verschillen in behandeling op voldoende feitelijke vaststellingen te doen berusten", aldus de Raad van State.