Orde: concurrentiebeding moet rechtmatig belang dienen
Een niet-concurrentiebeding voor artsen moet vanuit deontologisch oogpunt een rechtmatig belang dienen en daarmee in verhouding staan, zegt de Orde der artsen in een nieuw advies.
Een niet-concurrentiebeding in een ziekenhuis of artsenassociatie is geen zeldzaamheid. In het advies wordt melding gemaakt van een niet-concurrentiebeding volgens hetwelk “na de beëindiging van de rechtsverhouding (…) het aan de arts niet toegelaten is zijn of haar activiteiten uit te oefenen gedurende 1 jaar binnen een straal van 15 kilometer rond het ziekenhuis waar de arts gewerkt heeft.”
Los van het feit dat de erop van toepassing zijnde rechtsregels dienen te worden nageleefd, moet een niet-concurrentiebeding volgens de Nationale Raad van de Orde der artsen vanuit deontologisch oogpunt een rechtmatig belang dienen en daarmee in verhouding staan.
Aandachtspunten
De Orde wijst op de volgende aandachtspunten:
Het moet op zijn minst gematigd zijn, rekening houdend met de eigen rechtmatige belangen van de collega op wie het beding van toepassing is, dat wil zeggen beperkt in tijd en ruimte en wat betreft de betrokken concurrerende activiteiten.
Het recht van de patiënt op vrije artsenkeuze en het recht op continuïteit van de zorg moeten in aanmerking worden genomen.
Of het beding deontologisch gezien gepast is en welke gevolgen het heeft voor de patiënten, wordt beoordeeld in het licht van het tekort aan zorgverleners.
Concrete omstandigheden mee beoordelen
De beoordeling of de regels van medische deontologie correct worden toegepast in een concreet geval, valt onder de bevoegdheid van de provinciale raden van de Orde.
De Nationale Raad merkt op dat een geografische beperking, binnen welke straal ook, vastgelegd zonder rekening te houden met de concrete omstandigheden, met name het medisch specialisme en de specifieke kenmerken van de regio waarin het ziekenhuis is gevestigd, moeilijk te rechtvaardigen is.
Hetzelfde geldt voor het verbod op elke beroepsactiviteit zonder dat er noodzakelijkerwijs sprake is van concurrentie met de activiteit die op de vorige werkplek werd uitgeoefend.