Zes Brusselse ministers van Volksgezondheid
Onafhankelijke Ziekenfondsen eisen duidelijke koers
Na meer dan 600 dagen politieke impasse blijft er nog maar weinig tijd over voor de Brusselse politici om het regeerakkoord uit te voeren. De Onafhankelijke Ziekenfondsen stellen voor dat de zes Brusselse ministers bevoegd voor volksgezondheid zich de resterende regeerperiode concentreren op drie prioriteiten: preventie, begeleiding bij het verlies van zelfredzaamheid en het welzijn van ouderen, en ondersteuning van mantelzorgers. „Met het strakke tijdschema en weinig middelen kan Brussel niet alles doen. Het moet prioriteiten stellen en een gemeenschappelijke koers uitstippelen.”
De nieuwe Brusselse regering zal weinig tijd hebben om haar beloften waar te maken. Ze trad in februari van dit jaar, na 600 dagen onderhandelingen, aan en wordt geconfronteerd met een moeilijke begrotingscontext. De beleidsverklaring wijdt slechts één pagina aan sociale zaken en gezondheidszorg.

De Onafhankelijke Ziekenfondsen bestempelden het regeerakkoord als "relatief beknopt gezien de omvang van de uitdagingen". Ze erkennen echter wel dat er een aantal stappen vooruit worden gezet: de prioriteit die wordt gegeven aan preventie en geestelijke gezondheid, de aandacht voor mantelzorgers en de bereidheid om de eerstelijnszorg te ondersteunen. Wat nog ontbreekt in de ogen van het ziekenfonds is een duidelijk, begroot en in overleg opgesteld stappenplan. In een interview met Artsenkrant geeft het ziekenfonds aan welke projecten haalbaar zijn vóór de verkiezingen van 2029.
Zes bevoegde ministers
Eerste vaststelling: de bevoegdheden blijven uiterst versnipperd. De Onafhankelijke Ziekenfondsen tellen maar liefst zes ministers die verantwoordelijk zijn voor ten minste een deel van gezondheidsbeleid in Brussel. Dit aantal stijgt tot negen als men de bevoegdheden meetelt die bij de Federatie Wallonië-Brussel berusten.
Bij de Cocom oefenen Ahmed Laaouej en Dirk De Smedt gezamenlijk de bevoegdheden voor gezondheidszorg en sociale actie uit. Bij de Cocof is Karine Lalieux onder meer bevoegd voor gezondheidszorg en gezondheidsbevordering, terwijl Laurent Hublet zich bezighoudt met gezinsbeleid en gehandicaptenbeleid. Ook de Vlaamse Gemeenschapscommissie en de Vlaamse regering behouden hun eigen bevoegdheden.
"Er zijn zes ministers die verantwoordelijk zijn voor ten minste een deel van het gezondheidsbeleid in Brussel."
Deze verdeling bemoeilijkt het dienstenaanbod, dat niet uniform is. De thuiszorg illustreert deze complexe institutionele structuur: volgens de Onafhankelijke Ziekenfondsen kan de prijs die aan de patiënt wordt aangerekend, variëren naargelang het gemeenschapsnetwerk waartoe de dienst behoort. Het vertraagt ook de informatiestroom tussen overheden, dienstverleners en verenigingen, en de besluitvorming.
De organisatie pleit al jaren voor een geleidelijke samenvoeging van bepaalde bevoegdheden binnen de Cocom, met name thuiszorg, ambulante geestelijke gezondheidszorg, gehandicaptenzorg en gezondheidsbevordering.
Het ziekenfonds acht het echter niet haalbaar om vóór 2029 een ingrijpende institutionele hervorming door te voeren en stelt een pragmatische aanpak voor: de regels harmoniseren waar de verschillen ten koste gaan van de patiënten, de bestaande regels beter coördineren en gemeenschappelijke gezondheidsdoelstellingen vaststellen voor alle overheden.
Preventie als eerste prioriteit
Preventie is het eerste aandachtspunt. Brussel loopt nog steeds achter op het gebied van diverse vaccinaties en georganiseerde kankerscreenings.
In het memorandum "Horizon 2030" wezen de Onafhankelijke Ziekenfondsen op een vaccinatiegraad van 47,6% tegen het papillomavirus bij kinderen. Bij zwangere vrouwen bedroeg deze 37,2% voor kinkhoest en 18,6% voor griep. De deelname aan de georganiseerde screeningsprogramma’s voor borst- en darmkanker bleef zelfs onder de 10%.
Volgens de Onafhankelijke Ziekenfondsen dient Brussel gemeenschappelijke gezondheidsdoelstellingen te bepalen. De Cocom, de Cocof, de Vlaamse Gemeenschap, de ziekenfondsen en de zorgverleners zouden dan hun acties in dezelfde richting kunnen sturen.
De regionale beleidsverklaring belooft al dat preventie en eerstelijnszorg zullen worden versterkt, vooral in wijken waar een tekort aan zorgverleners is. Ze voorziet ook in "doelgerichte" initiatieven en mobiele medische eenheden om doelgroepen te bereiken die ver van de zorg staan.
De Onafhankelijke Ziekenfondsen vragen om maatregelen te versterken die hun nut al hebben bewezen. De Community Health Workers werken rechtstreeks in de wijken. De gezondheidsadviseurs nemen contact op met mensen die weinig deelnemen aan screening of die hun rechten slecht kennen. Brussel telt momenteel twaalf gezondheidsadviseurs in dit intermutualistische initiatief, dat wordt gecoördineerd door de Onafhankelijke Ziekenfondsen.
Deze adviseurs kunnen een taalbarrière wegnemen, het zorgstelsel uitleggen of iemand doorverwijzen naar een huisarts, een medisch centrum of een ziekenfonds. Ze hebben met name gerichte acties gevoerd, zoals telefonische campagnes of workshops in de praktijk, rond borstkankerscreening.
"Alles begint bij preventie", benadrukt het ziekenfonds. Het is van mening dat Brussel al over talrijke instrumenten beschikt, maar dat deze nog te vaak onvoldoende op elkaar zijn afgestemd.
Ouderen ondersteunen
Volgens het ziekenfonds kan de begeleiding van ouderen bij het verlies van zelfredzaamheid niet langer beperkt blijven tot een keuze tussen thuis blijven wonen en opname in een rusthuis. Er moeten tussenoplossingen worden ontwikkeld die flexibeler zijn en beter aansluiten bij de veranderende behoeften, zoals groepswoningen of intergenerationele woonvormen, terwijl mensen die dat willen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen.
Deze aanpak moet gepaard gaan met een betere ondersteuning van het welzijn en de geestelijke gezondheid van ouderen. De Covid-19-crisis bracht het isolement van veel ouderen aan het licht. Toch is psychologische begeleiding nog vaak afhankelijk van lokale initiatieven.
Uit een studie van de Onafhankelijke Ziekenfondsen, gebaseerd op gegevens van 15.000 bewoners, bleek dat in 2024 53,5 % van de bewoners in rusthuizen in België antidepressiva kreeg voorgeschreven. Bijna een derde gebruikte antipsychotica.
Een deel van de middelen zou kunnen komen uit een herverdeling van de bestaande budgetten in de sector.
De Onafhankelijke Ziekenfondsen pleiten niet voor een systematische afschaffing van deze behandelingen. Ze vragen wel om niet-medicamenteuze alternatieven te versterken. Ze stellen voor om structurele samenwerkingsverbanden op te zetten tussen rusthuizen, eerstelijnspsychologen, ambulante diensten en mobiele teams voor geestelijke gezondheidszorg.
Vandaag bestaan dergelijke samenwerkingsverbanden al in bepaalde instellingen. Ze zijn echter te vaak afhankelijk van de goede wil van de directie of de zorgverleners. Een meer structurele samenwerking zou het mogelijk maken om individuele consulten, groepssessies en een regelmatige opvolging van de bewoners te organiseren.
Een deel van de middelen zou kunnen komen uit een herverdeling van de bestaande budgetten in de sector, in plaats van uit volledig nieuwe financiering. Deze budgettaire keuze zou echter aan een grondige analyse moeten worden onderworpen.
Uitputting van mantelzorgers
Derde prioriteit: mantelzorgers. In de regeringsverklaring wordt al beloofd hun ondersteuning te versterken door middel van respijtzorg en administratieve vereenvoudiging.
De Onafhankelijke Ziekenfondsen willen nog verder gaan. Zij stellen voor om de gezondheid van mantelzorgers in het preventiebeleid op te nemen. Het regelmatig dragen of verplaatsen van een zorgafhankelijke persoon verhoogt met name het risico op musculoskeletale aandoeningen. De dagelijkse belasting kan ook leiden tot stress, vermoeidheid en psychische gezondheidsproblemen.
Volgens de gegevens in hun memorandum vervult 12 % van de Belgische bevolking een rol als mantelzorger. Slechts 58 % van de mantelzorgers vindt dat ze in goede gezondheid verkeren, tegenover 71 % van de rest van de bevolking.
De organisatie pleit voor een beter toegankelijk aanbod aan respijtzorg, maar ook voor opleidingen over fysieke technieken, stressbeheersing en psycho-educatie. Ten slotte vraagt zij dat eerstelijnsprofessionals mantelzorgers in moeilijkheden sneller herkennen.
Eén doel voor alle betrokkenen
De Onafhankelijke Ziekenfondsen stellen dan ook niet voor om een nieuwe structuur aan het Brusselse landschap toe te voegen. Ze willen in de eerste plaats de bestaande structuren beter benutten.
Het Brussel Hoofdstedelijk Gewest zou een aantal meetbare gezondheidsdoelstellingen kunnen vaststellen op het gebied van vaccinatie, screening, geestelijke gezondheid en ondersteuning van mantelzorgers. Elke instantie zou haar bevoegdheden behouden, maar zou moeten bijdragen aan hetzelfde programma en vergelijkbare resultaten moeten publiceren.
De Brusselse regering belooft zelf de taakverdeling te optimaliseren en de instellingen meer open te stellen. Voor de Onafhankelijke Ziekenfondsen is het nu tijd om deze intentie om te zetten in concrete beslissingen: "Met een zo strak tijdschema en zo weinig middelen kan Brussel niet alles doen. Het moet prioriteiten stellen en een gemeenschappelijke koers uitzetten."