Orthopedisten waarschuwen voor schrappen terugbetaling kniebrace
"Brace en operatie zijn geen concurrerende behandelingen"
Vanaf 1 oktober 2026 verandert de terugbetaling van kniebraces wanneer een patiënt ook een operatie ondergaat. De Belgische Vereniging voor Orthopedie en Traumatologie (BVOT) en de Belgian Knee Society (BKS) waarschuwen dat deze maatregel de behandeling en veilige revalidatie van patiënten kan bemoeilijken.
Onder de nieuwe regeling wordt een kniebrace niet langer terugbetaald als binnen zes maanden een operatie volgt. Ook wordt het gebruik van een brace als ondersteuning na bepaalde operaties niet meer terugbetaald.
Geen alternatieven voor elkaar
Volgens de BVOT en de BKS houdt de nieuwe regeling onvoldoende rekening met de manier waarop acute knieletsels worden behandeld. Een kniebrace en een operatie zijn immers niet noodzakelijk alternatieven voor elkaar, zeggen ze. Bij verschillende letsels zijn ze onderdelen van hetzelfde behandeltraject.
Zo worden patiënten soms eerst weken of maanden met een brace behandeld om bepaalde structuren in de knie te laten herstellen, waarna alsnog een operatie nodig blijkt. Na bepaalde chirurgische ingrepen is een brace dan weer nodig om de knie tijdens de revalidatie gecontroleerd te laten bewegen of ontlasten.
Beide wetenschappelijke verenigingen vragen het RIZIV om de nieuwe regeling te herzien en besparingsmaatregelen voortaan vooraf af te toetsen met de betrokken medische beroepsverenigingen. Volgens beide organisaties moeten eventuele besparingen zo worden uitgewerkt dat ze de kwaliteit en toegankelijkheid van patiëntenzorg niet in het gedrang brengen.
Risico op minder optimale revalidatie
BVOT en BKS vrezen namelijk dat patiënten die een brace niet zelf kunnen betalen, zullen uitwijken naar minder geschikte alternatieven, zoals langdurige immobilisatie met gips of een langere periode zonder belasting van het been. Dat kan de revalidatie bemoeilijken, waarschuwen ze. Langdurige immobilisatie kan onder meer leiden tot spierverlies en gewrichtsstijfheid en kan het risico op trombose verhogen.
De verenigingen wijzen ook op het risico dat financiële overwegingen mee gaan bepalen welke behandeling een patiënt krijgt. Daarnaast kan de maatregel ongewenst beïnvloeden wanneer artsen tot een operatie overgaan. Wanneer een brace eerst wordt voorgeschreven en later toch een ingreep nodig is, kan de patiënt immers het recht op terugbetaling van de brace verliezen.
“Een brace en een operatie zijn bij veel knieletsels geen concurrerende behandelingen, maar onderdelen van hetzelfde zorgtraject. Soms is een brace nodig vóór een operatie, soms erna. Als die mogelijkheid om financiële redenen wegvalt, dreigt niet de medische noodzaak maar de terugbetalingsregel mee te bepalen welke behandeling een patiënt krijgt,” zegt prof. dr. Thierry Scheerlinck, voorzitter van BVOT en professor aan de Vrije Universiteit Brussel.