Hoe rijk mag zorg maken?
Moet er een bovengrens komen op wat zorgverleners verdienen? Een ethische analyse door prof. Michiel De Proost en prof. Jan De Maeseneer, gepubliceerd in Ethics, Medicine and Public Health zet het debat over artseninkomens op scherp: niet om iedere arts gelijk te belonen, wel om te vragen hoeveel ongelijkheid een solidair zorgsysteem kan dragen. Hun voorstel krijgt alvast geen steun van VAS-voorzitter dr. Jos Vanhoof.
De vraag klinkt eenvoudig, maar schuurt: hoeveel rijkdom mag zorg opleveren? In een paper in Ethics, Medicine and Public Health brengen Michiel De Proost en Jan De Maeseneer het begrip limitarianisme naar de gezondheidszorg. Dat vertrekt van één stelling: boven een bepaalde grens is extra inkomen of vermogen moreel niet langer te verantwoorden.
De auteurs plakken bewust geen bedrag op die grens. Het gaat hen niet om een technocratisch plafond, wel om een ethisch en politiek debat. Hun centrale vraag luidt: is het verdedigbaar dat professionals onbeperkt inkomen en vermogen kunnen verwerven uit activiteiten die grotendeels met publieke middelen worden gefinancierd?
De verplichte ziekteverzekering in België combineert solidariteit met zelfstandige medische praktijk. Tegelijk tonen recente cijfers grote inkomensverschillen tussen disciplines. Volgens de auteurs verdienen de best betaalde disciplines – onder meer klinische biologie, genetica en radiologie – tot zes keer meer dan de laagst betaalde. Het gaat daarbij om mediane RIZIV-terugbetalingen voor artsen van 45 tot 54 jaar, zonder remgelden of supplementen. De kloof binnen het medische korps is dus geen detail in de marge.
Limitarianisme betekent niet dat iedereen hetzelfde moet verdienen. De auteurs erkennen dat verschillen in verantwoordelijkheid, opleiding, belasting en expertise een rol mogen spelen. Maar ze betwisten dat die argumenten de huidige uitschieters vanzelf legitimeren. Zeker wanneer het geld afkomstig is uit sociale bijdragen en belastingen, moet volgens hen ook de vraag worden gesteld wat nog redelijk is.
Van jaloezie naar rechtvaardigheid
Daarmee schuift het debat op van jaloezie naar rechtvaardigheid. Een bovengrens is in deze redenering geen doel op zich, maar een instrument. Wat boven de grens ligt, kan worden ingezet voor onvervulde zorgnoden, betaalbaarheid, ondergefinancierde disciplines of een evenwichtiger verdeling van middelen. De auteurs verwijzen daarbij niet noodzakelijk naar een harde confiscatie of een bot salarisplafond. Een meer pragmatische variant – bijvoorbeeld via progressieve fiscaliteit of hervorming van vergoedingsmechanismen – kan volgens hen beter werken.
Net daarom vinden zij de slogan dat geen arts meer zou mogen verdienen dan de premier te simplistisch. Zo'n symboolgrens zegt weinig als de interne scheeftrekking tussen specialismen ongemoeid blijft. De echte uitdaging ligt in transparantie, registratie van inkomensstromen en institutionele hervorming. Wie verdient waaraan, met welke publieke middelen, en welk maatschappelijk doel dient die vergoeding?
De bezwaren dat artsen zonder hoge inkomens minder hard werken of minder excelleren en dat een begrenzing innovatie fnuikt noemen de auteurs te kort door de bocht. "Innovatie ontstaat niet alleen uit privéwinst, maar ook uit publieke investeringen, universiteiten en langlopende onderzoeksprogramma's. En voor de motivatie van artsen is niet aangetoond dat steeds hogere inkomens noodzakelijk zijn om kwaliteit te garanderen."
Geen mirakeloplossing
De Proost en De Maeseneer presenteren limitarianisme niet als mirakeloplossing. Het is eerder een regulatief ideaal: een manier om na te denken over de grenzen van commercialisering in een zorgsysteem dat op solidariteit rust. Hun conclusie is scherp. Als buitensporige artseninkomens blijven toenemen, dreigt verdere commercialisering onvermijdelijk te worden. Dat kan de toegankelijkheid van zorg aantasten, ongelijkheid vergroten en het draagvlak voor publieke financiering ondergraven.
Wie alvast geen heil ziet in het limitarianisme is VAS-voorzitter dr. Jos Vanhoof. “Wij erkennen dat buitensporige verschillen tussen medische disciplines moeten worden gecorrigeerd, maar verwerpen een impliciet limitarianisme dat zonder objectieve grens de legitimiteit van prestatiegebonden artseninkomens in vraag stelt. Een solidair zorgsysteem vereist niet alleen rechtvaardigheid, maar ook voldoende incentives voor beschikbaarheid, productiviteit en ondernemerschap om wachttijden en zorgschaarste te voorkomen. Niet inkomensplafonnering, maar een eerlijke en performante honorering van medische prestaties is de beste garantie op toegankelijke zorg.”
"De drie artsensyndicaten staan alle achter de hervorming van de nomenclatuur die tot doel heeft om ongeoorloofde verschillen tussen specialismen weg te werken", vervolgt dr. Vanhoof. "Op die manier wordt gewerkt naar een eerlijke en performante honorering van medische prestaties als de beste garantie voor toegankelijke zorg. Welk antwoord zou prof. Jan De Maeseneer geven wanneer dezelfde vraag zou gesteld worden met betrekking tot de ziekenfondsen: boven een bepaalde grens is extra opgestapeld vermogen van ziekenfondsen moreel niet langer te verantwoorden? Het gaat immers om patiëntenbijdragen?"