Van ver-van-mijn-bed naar voorpaginanieuws
Sinds de covid-19-pandemie zijn virologen en infectiologen zoals Marc Van Ranst, Steven Van Gucht en Erika Vlieghe bekende figuren geworden. Hoe sympathiek ze ook mogen zijn, we zien hen liever niet in het journaal of op de voorpagina van een krant. Als ware Cassandra’s brengen zij doorgaans slecht nieuws en zijn ze de voorbode van een medische noodsituatie. Covid-19 heeft ons positiever bewust gemaakt dat, ondanks alle opmerkelijke prestaties van de medische wetenschap, wij mensen nog steeds enorm kwetsbaar zijn.
Tussen de Spaanse griep – die op het einde van de Eerste Wereldoorlog meer slachtoffers maakte dan wapengeweld – en de coronapandemie werden er op meerdere plaatsen in de wereld grootschalige epidemieën vastgesteld. Omdat ze vaak een ver-van-ons-bedshow leken, besteedden we er in de westerse wereld relatief weinig aandacht aan. Het verklaart ook waarom er in de eerste weken van de coronapandemie vaak te laconiek over de verspreiding van het virus werd gedaan. Virologen en infectiologen, maar ook de media onderschatten in de eerste weken van 2020 de impact die het virus zou hebben. 'Het was maar een uitbraak van een virus in het Chinese binnenland.’
Met de coronapandemie nog vers in het geheugen, zou dat wetenschappers en media geen tweede keer overkomen. Die indruk overheerste bij de manier waarop met de uitbraak van het hantavirus op het cruiseschip Hondius werd omgesprongen. Hoewel het om een beperkte uitbraak ging in een zeer makkelijk te controleren omgeving – een cruiseschip is iets anders dan een après-skibar in Ischgl of een voetbalstadion volgepakt met Spaanse en Italiaanse supporters tijdens een Champions Leaguewedstrijd – sprong de media er meteen op. Journalisten werden op het eerste vliegtuig gezet richting het dichtstbijzijnde eiland om live verslag te doen en de aankomst van het schip in de haven van Rotterdam werd zowaar live op televisie uitgezonden.
'De impact van de ebola-uitbraak is vele malen groter dan die van het hantavirus.'
In schril contrast hiermee stond het initiële gebrek aan interesse voor een uitbraak van het ebolavirus in het oosten van Congo. Toen de eerste berichten van de uitbraak opdoken, was dat amper goed voor een kort berichtje. Ver-van-mijn-bed, weet je wel. Gelukkig is dat intussen omgeslagen en besteden niet langer enkel virologen en infectiologen aandacht aan de uitbraak.
De impact van de ebola-uitbraak is dan ook vele malen groter dan die van het hantavirus. Op het moment dat deze woorden worden geschreven, tellen we al meerdere honderden doden. Zet dat even in perspectief tegenover de drie doden die door het hantavirus vielen. Bovendien is het oosten van Congo zo ongeveer de slechtst mogelijke regio om met een dergelijke uitbraak te worden geconfronteerd: een onbestaand overheidsapparaat, een oorlog tussen rebellen en Rwandezen enerzijds en het Congolese leger anderzijds met als gevolg een ongecontroleerde vluchtelingenstroom.
De grote aandacht voor de ebola-uitbraak is meer dan terecht, maar mag niet doen vergeten dat andere infectieziekten zoals tuberculose, hiv/aids en malaria ook anno 2026 nog steeds jaarlijks miljoenen mensenlevens eisen.