Cardiovasculair risico bij hiv: we schrijven te weinig cholesterolverlagers voor
ESCMID-CONGRES Op het congres van de ESCMID 2026 is een enquête gepresenteerd, uitgevoerd in een tertiair ziekenhuis.(1) De enquête leert dat slechts 61% van de personen met hiv met een hoog of zeer hoog cardiovasculair risico een statine krijgt voorgeschreven. Dat is te weinig, rekening houdende met de richtlijnen van de EACS van 2024. Al op het congres van de IAS in 2023 hebben de RETRIEVE-studie en prof. Grinspoon aangetoond dat statines de incidentie van ernstige cardiovasculaire accidenten bij personen met hiv met een laag tot matig verhoogd risico met 35% verlagen.

Personen met hiv lopen een hoog risico op hart- en vaataandoeningen. Behandeling van de cardiovasculaire risicofactoren is dan ook essentieel. Dyslipidemie is een van de risicofactoren die het best kunnen worden aangepakt met niet-farmacologische maatregelen en zo nodig een vetverlagend middel zoals een statine. De richtlijnen van de EACS 2024(2) pleiten voor gebruik van statines in de secundaire preventie of als de streefwaarde voor de LDL-cholesterolconcentratie niet is bereikt. Hoe worden die richtlijnen nu toegepast?
Geen statine voor 40% van de personen met hiv die risico lopen
De audit is uitgevoerd om de toepassing van de richtlijnen van de EACS te evalueren bij personen met hiv > 40 jaar of < 40 jaar plus diabetes of een hart- en vaataandoening (conform de richtlijnen van de EACS). Het gaat om patiënten die in september 2024 in de hiv-kliniek van het Cork University Hospital (Ierland) werden gevolgd. De vorsers hebben informatie verzameld over de serumlipiden, de vetverlagende behandeling en het cardiovasculaire risico volgens de SCORE2 (40-69 jaar) of de SCORE2-OP (ouder dan 70 jaar).
De patiënten werden in drie risicocategorieën ingedeeld: laag/matig, hoog en zeer hoog risico. De primaire evaluatiecriteria waren het aantal patiënten waarbij de LDL-c binnen de streefwaarde lag, en het voorschrijven van een statine volgens het risiconiveau. Tijdens die maand zijn 190 hiv-dragers op spreekuur gekomen. 58 werden uitgesloten omdat ze jonger waren dan veertig jaar of omdat er geen recent resultaat over de serumlipiden bekend was.
Van de 132 personen met hiv die in de studie werden opgenomen (61% mannen, gemiddelde leeftijd 51,1 jaar, 12,9% met een hart- en vaataandoening of type 2-diabetes), had 49% een laag/matig cardiovasculair risico, 34% een hoog en 16% een zeer hoog risico. 41 (61%) van de 67 patiënten met een hoog tot zeer hoog risico kregen een statine, maar slechts bij negen patiënten (13%) was de streefwaarde voor de LDL-c bereikt.
Een significant percentage van de personen met hiv heeft een te hoge LDL-c en wordt niet behandeld conform de richtlijnen van de EACS.
Geen optimale behandeling cardiovasculair risico bij personen met hiv
Een significant percentage van de personen met hiv heeft een te hoge LDL-c en wordt niet behandeld conform de richtlijnen van de EACS. In 2025 hebben de ESC (European Society of Cardiology) en de EAS (European Atherosclerosis Society) in aansluiting op de REPRIEVE-studie hun richtlijnen geüpdatet. Ze raden een statine in de primaire preventie aan bij alle personen met hiv vanaf veertig jaar ongeacht het berekende cardiovasculaire risico en de LDL-cholesterolconcentratie teneinde de incidentie van cardiovasculaire accidenten te verlagen (klasse I, niveau B).(3,4) Het is belangrijk de factoren die de toegang tot een statine belemmeren, te achterhalen en op te heffen met het oog op een betere toepassing van de richtlijnen en een betere toekomst van personen met hiv die een cardiovasculair risico lopen.
Referenties:
1. Carey C, et al. ESCMID 2026;#0048
2. https://eacs.sanfordguide.com
3. Mach F, et al. Eur Heart J 2025;46:4359-4378.doi: 10.1093/eurheartj/ehaf190
4. Grinspoon SK, et al.N Engl J Med 2023.doi: 10.1056/NEJMoa2304146