IDECA: succesvolle aanpak van depressie in de eerste lijn
De voorbije jaren onderzocht het IDECA-project een vernieuwende aanpak van depressie in de eerste lijn. De samenwerking tussen de huisarts en een ‘referentiepersoon mentaal welzijn’ die als casemanager optreedt, werpt vruchten af.
Depressie is de belangrijkste oorzaak van suïcide, en een van de belangrijkste oorzaken voor langdurige arbeidsongeschiktheid – volgens cijfers van het RIZIV ging het eind 2023 om 91.683 personen op een totaal van 526.507 personen in invaliditeit. Een vernieuwende aanpak is daarom noodzakelijk.
Het IDECA‑project (Integrated Depression Care) startte in oktober 2021 met een brede wetenschappelijke stuurgroep (met ervaringsdeskundigen, kaderfuncties, huisartsen, gezondheidseconomen, psychologen en psychiaters) die samen het interventiekader voor geïntegreerde zorg bij depressie ontwikkelden.
In 2022 werden via VIVEL twee gemotiveerde eerstelijnszones (Mechelen-Katelijne en Voorkempen) geselecteerd waarin een complexe interventie werd uitgerold, met als kern een referentiepersoon mentaal welzijn die onder één dak met de huisarts werkt.
“De gekozen referentiepersonen (een klinisch psycholoog en een ergotherapeut) kregen een intensieve zes weken durende, op maat bijgestuurde training met focus op depressie, doelgerichte zorg en kennis van de sociale kaart, zodat zij in nauwe interactie met de patiënt een rol als casemanager konden opnemen”, legt Ruben Willems, postdoctoraal onderzoeker bij UGent, uit.
“In het tijdsbestek van een consultatie kunnen patiënten soms niet alles verwoorden waar ze op dat moment behoefte aan hebben”, zegt prof. Liesbeth Borgermans (UGent). “De referentiepersoon heeft niet alleen meer tijd, maar kan ook gerichter inspelen op de zorgnoden en zorgvraag van de patiënt. Dat zorgt voor een klimaat waarin patiënten zich ‘gehoord en gezien’ voelen.”
Parallel werd voor huisartsen in de ELZ’s een medicatiepad voor depressie (een visuele one‑pager op basis van de actuele richtlijnen), een besliskader voor gedeelde zorg en een opleidingspakket over geïntegreerde zorg en medicatie ontwikkeld.
'Kern van het project was een referentiepersoon mentaal welzijn die onder één dak met de huisarts werkt'
– Ruben Willems
De referentiepersoon
Het klikte snel tussen de referentiepersonen en de huisartsen, zegt Liesbeth Borgermans. “We hadden mensen geselecteerd met de juiste competenties, die op het niveau van huisartsen kunnen communiceren. Daardoor groeide heel snel het vertrouwen dat nodig is om patiënten als het ware ‘over te dragen’.”
Huisartsen kregen in het project beslissingsruimte, zegt Ruben Willems. “Op een beperkt aantal uitzonderingen na, waren er geen harde inclusiecriteria; ze mochten zelf beoordelen wie het meest baat had bij doorverwijzing. In het begin riep dat wat weerstand op – sommige artsen vroegen om hen duidelijk te zeggen wat ze moesten doen. Maar net dat is de kern en de kracht van huisartsgeneeskunde: over elke individuele patiënt inschattingen maken op basis van complexiteit, draagkracht, steunnetwerk en comorbiditeit.”
“De geestelijke gezondheidszorg is een complex domein waarin huisartsen al eens verloren lopen”, vult prof. Kris Van den Broeck (UAntwerpen) aan. “Daarom waarderen ze de samenwerking met iemand die dat veld wél kent en extra kwaliteit van zorg kan bieden.”
‘Fantastische resultaten’
Tussen de start in april 2023 en eind 2024 werden 201 patiënten gezien; 122 patiënten werden gedurende 12 maanden wetenschappelijk opgevolgd. De doelgroep bestond uiteindelijk uit patiënten met langdurige depressie waarin de huisarts vastliep en eerdere stappen (zoals eerstelijnspsychologische hulp) weinig hadden opgeleverd.
Bij inclusie bedroeg de gemiddelde score op de PHQ‑9 (Patient Health Questionnaire, een gevalideerde zelfrapportagevragenlijst) 15,11, met een significante en klinisch relevante daling naar 10,6 na 3 maanden en verder tot 8,46 op 12 maanden, dus een totale daling met 6,5 à 7 punten (≥ 5 punten geldt als klinisch relevant).
'Men zou tot 60.000 patiënten per jaar kunnen helpen voor een budgetimpact van 40 à 45 miljoen euro'
“We hebben niet met een controlegroep gewerkt, zodat we geen causaliteit hard kunnen maken”, verduidelijkt Ruben Willems. “Maar we kunnen wel zien hoe de klinische scores evolueerden. Al na drie maanden bereikte 58% van de patiënten een klinisch relevante daling op de PHQ-9 depressiescore, terwijl men in de literatuur doorgaans veel lagere herstelcijfers ziet, zeker bij chronische depressies.”
“Ondanks het ontbreken van een klassieke controlegroep durf ik dat gerust fantastische resultaten te noemen, gezien de complexiteit van de casussen die werden doorverwezen: het gaat zelden alleen over depressieve symptomatologie”, vult Liesbeth Borgermans aan.
Ook de appreciatie bij de deelnemende huisartsen schoot de hoogte in: binnen acht maanden kreeg het project bijna perfecte scores, met lof voor integratie en patiënttevredenheid.
60.000 patiënten per jaar
Volgens de onderzoekers kan één voltijdse referentiepersoon mentaal welzijn ongeveer 175 patiënten per jaar opvolgen. Ruben Willems maakt de rekensom: “Als we de kosten voor organisatie en opleiding via de ELZ’s, een vergoeding voor de huisarts en de loonkost van een ervaren referentiepersoon samentellen, komen we op een jaarlijkse kostprijs van 120.000 tot 135.000 euro per voltijdse referentiepersoon.”
“Als de helft van de huisartsen in dit systeem stapt, en men dezelfde stringente selectie toepast (depressieve patiënten met de hoogste nood aan coördinatie) zou men tot 60.000 patiënten per jaar kunnen helpen voor een budgetimpact van 40 à 45 miljoen euro. Ter vergelijking: het budget voor de eerstelijnspsychologische conventie in 2026 bedraagt ongeveer 250 miljoen euro.”
De winst is niet meteen zichtbaar, waarschuwt Kris Van den Broeck. “In het eerste jaar is er geen daling van het zorggebruik; de referentiepersoon helpt patiënten immers net om beter hun weg te vinden naar gepaste hulp.”
De verwachte gezondheidseconomische winst zit in de langere termijn: minder complicaties, betere participatie en werkhervatting, en een daling van langdurig antidepressivagebruik.
'Coalition of the willing’
De onderzoekers pleiten voor een gefaseerde maar ambitieuze beleidskeuze om de functie van referentiepersoon mentaal welzijn structureel in huisartsenpraktijken te verankeren.
Cruciaal daarvoor is een ‘coalition of the willing’ met huisartsenpraktijken, eerstelijnszones, zorgraden en psychiaters die mee in de opleiding stappen, zegt Liesbeth Borgermans. “Als we kijken naar de toenemende prevalentie, naar het stijgende langdurig gebruik van antidepressiva, zijn we het aan onszelf verplicht om innovatie in dit domein te brengen. De tijd om wat in de marge te morrelen hebben we niet meer.”
>> Willems R, Van den Broeck K, Haverals R, Annemans L, Boeckxstaens P, Schrijvers D, Goderis G, Peeters E, Borgermans L. Development, Feasibility, and Appreciation of the Collaborative Integrated Depression Care (IDECA) Project in Flanders, Belgium. Journal of Clinical Medicine 2026; 15(6):2326.
https://doi.org/10.3390/jcm15062326.
Het IDECA-project werd mede mogelijk gemaakt door Johnson & Johnson.