Gematigd positieve reacties op conventiegraad
Dat ruim 85% van de artsen de conventie onderschrijft, kan op goedkeuring rekenen van alle actoren, hoewel hier en daar toch ook een kritische noot wordt geplaatst.
Filip Ceulemans
Met 85,72% geconventioneerde artsen ligt het percentage dat zich aansluit bij het akkoord net iets lager dan het percentage vroedvrouwen dat instemt met hun akkoord (88,91%). Het ligt net hoger dan bij logopedisten (84%) en beduidend hoger dan bij de tandartsen (60,48%).
Domus Medica, dat zijn leden uitdrukkelijk had opgeroepen het akkoord goed te keuren, reageert verheugd op de hoge conventiegraad, zeker bij de huisartsen (92,31%). “We zijn tevreden dat de maatregelen die we tijdens de onderhandelingen vorm gaven, nu effectief kunnen worden uitgevoerd”, luidt het bij de huisartsenorganisatie. “Dit biedt een duidelijke basis om de afspraken uit het akkoord op het terrein waar te maken.”
Extramurale praktijken
Stan Politis (BVAS) stelt vast dat de deconventiecijfers in bepaalde specifieke disciplines met een belangrijke extramurale inplanting hoog blijven of zelfs toenemen. “Het is voor deze disciplines steeds moeilijker om aan de huidige tarieven zonder kostentoelagen zoals die bestaan in de ziekenhuisomgeving een leefbare extramurale praktijk aan te bieden aan de bevolking. Het verbod op ereloonsupplementen bij 2,4 miljoen personen helpt daar geenszins bij.”
Voor Politis is het duidelijk dat de overheid de extramurale geneeskunde viseert. “En dat in steeds toenemende mate. Toch zijn disciplines als urologie, orthopedie, oftalmologie, NKO, gynaecologie-verloskunde, plastische chirurgie en dermatologie even noodzakelijk voor de bevolking als andere medische disciplines. Het wordt tijd om de extramurale praktijk leefbaar te houden. De huidige ACA-nomenclatuurvoorstellen zijn op dat punt verre van geruststellend.”
Ruggengraat van de toegankelijke zorg
“Ziet het beeld er op het eerste gezicht gunstig uit, dan verhult de conventiegraad hoe voor patiënten in bepaalde regio’s de toegang tot betaalbare zorg onder druk komt te staan”, merkt het socialistische ziekenfonds Solidaris op. “Het zorgsysteem wordt zo steeds meer duaal. Aan de ene kant staat de huisartsgeneeskunde, die dankzij een toetredingsgraad van ruim 90% de ruggengraat van de toegankelijke zorg vormt. Aan de andere kant zien we een specialistensector die stilaan gefragmenteerd raakt en waarbij essentiële disciplines in bepaalde regio’s van Vlaanderen de conventie massaal hebben verlaten. Voor de patiënt is de realiteit van 2026 dat de postcode en de aard van de aandoening bepalen of zorg betaalbaar blijft.”