"Voorbeeld van innovatie in het gezondheidszorgbeleid"
Plan zeldzame ziekten: snellere diagnose, gecoördineerde zorg
België stelt vandaag het nieuwe Plan voor Zeldzame Ziekten 2026-2030 voor. Met dit plan wil de federale regering de diagnosetermijnen verkorten, de toegang tot medische expertise en behandelingen verbeteren en multidisciplinaire zorg bevorderen. Bij de voorstelling noemde minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke het plan "een lakmoestest voor de hele gezondheidszorg".
Volgens Vandenbroucke leggen zeldzame ziekten uitdagingen en verbeterpunten voor de hele gezondheidszorg bloot: versnippering, de nood aan coördinatie en het bundelen van expertise, en patiënten de weg helpen vinden. “Als we dit goed aanpakken, dan hebben we een belangrijke test gedaan voor de verbetering van onze gezondheidszorg in het algemeen.”
Het vorige plan uit 2013 koos voor een aanpak waarbij per ziekte een apart zorgtraject of conventie werd opgesteld. Dat ging veel te traag - "aan dat tempo waren we over honderd jaar nog bezig", zegt Stefan Joris van patiëntenvereniging RaDiOrg. Het nieuwe plan gooit het daarom over een andere boeg.
Proces van co-creatie
Het Plan voor Zeldzame Ziekten 2026-2030 heeft “een eenvoudige, maar belangrijke ambitie: de levenskwaliteit van mensen met een zeldzame ziekte en hun naasten duurzaam verbeteren, en hun levensdoelen maximaal mogelijk maken”, zei minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke bij de voorstelling.
Hij noemde het ook een voorbeeld van innovatie in het gezondheidszorgbeleid: “In plaats van top-down te decreteren en alles tot in details in conventies te gieten, gaan we met de sector en de betrokkenen kijken waar de expertise zit en wat de beste aanpak is.”
Het plan is dan ook tot stand gekomen in een proces van co-creatie waarbij naast beleidsverantwoordelijken en administraties (de FOD Volksgezondheid, het RIZIV, Sciensano) ook de referentieziekenhuizen zeldzame ziekten (zeg niet meer: ‘ziekenhuizen met een erkende Functie Zeldzame Ziekten') en RaDiOrg, de koepelvereniging van mensen met een zeldzame ziekte, betrokken waren.
Het beheer en de opvolging van het Plan worden verzekerd door het nog op te richten Comité Zeldzame Ziekten.
Cartografie van expertise
Het Plan is opgebouwd rond 25 acties in zes grote domeinen. Een “Cartografie van expertise” moet alle in België beschikbare expertise op het gebied van zeldzame ziekten (zowel in referentieziekenhuizen als elders) op een gestructureerde en kwalitatieve manier in kaart brengen.
Zo kunnen zorgverstrekkers en personen met een zeldzame ziekte makkelijker vinden waar ze voor een bepaalde aandoening terecht kunnen. De cartografie moet ook tonen voor welke (groepen van) zeldzame ziekten nog expertise ontbreekt.
Geïntegreerde zorgtrajecten
Het plan wil zorgen voor een soepele en efficiënte coördinatie van multidisciplinaire zorg, afgestemd op de specifieke behoeften van mensen met een zeldzame ziekte en hun naasten. Daartoe worden gestructureerde en transmurale zorgpaden opgesteld. Deze moeten een soepele samenwerking tussen de verschillende zorglijnen mogelijk maken.
Deze algemene zorgpaden worden dan vertaald naar geïndividualiseerde zorgplannen waarin rekening wordt gehouden met de specifieke behoeften van elk individu.
Een pool van zorgcoördinatoren zeldzame ziekten binnen de referentieziekenhuizen zal indien nodig zorgcoördinatie kunnen aanbieden. Er komt ook een beveiligde digitale tool waarmee experten over zeldzame en complexe casussen kunnen communiceren.
Strategische gegevens
De huidige gegevensverzameling is ontoereikend: het Centraal Register Zeldzame Ziekten omvat slechts 3,5 % van de personen met een zeldzame ziekte in België. Dit Register wordt daarom versterkt zodat het een bruikbaar instrument wordt voor epidemiologische monitoring, zorgplanning, onderzoek en evaluatie van overheidsbeleid. Dat zou zonder extra administratieve last voor de zorgverstrekker moeten gebeuren.
Toegang tot geneesmiddelen
Patiënten met zeldzame ziekten kampen vaak met beperkte of dure therapeutische opties en tijdrovende administratieve procedures. Voor de toegang tot behandelingen ligt de nadruk op een sterkere Europese samenwerking, een versnelling van de evaluatie van weesgeneesmiddelen, een efficiëntere beoordeling van off-labelgebruik en steun voor de ontwikkeling van innovatieve en geavanceerde therapieën. Ook blijft een vlotte toegang tot klinische proeven cruciaal, aangezien die soms de enige therapeutische optie bieden.
Daarnaast wordt gewerkt aan de modernisering en vereenvoudiging van administratieve processen binnen het RIZIV.
Versnellen van de diagnose
Het duurt vandaag gemiddeld vijf jaar voordat een persoon met een zeldzame ziekte de juiste diagnose krijgt. Een vroege herkenning en verwijzing kan lange en belastende diagnostische trajecten voorkomen. Digitale hulpmiddelen kunnen hierbij een belangrijke rol spelen, onder meer via de integratie van “red flags” voor zeldzame aandoeningen in het elektronisch patiëntendossier.
Daarnaast wordt ingezet op het versterken van kennis en opleiding in de eerste lijn. Bestaande nationale en Europese opleidingsinitiatieven, zoals die van de Europese Referentienetwerken (ERN), moeten zichtbaarder en toegankelijker worden.
Bewustmaking
Een ziekte is zeldzaam als ze bij minder dan 1 op de 2.000 mensen voorkomt. In België leven naar schatting 500.000 tot 700.000 mensen met een zeldzame ziekte — met hun familie en naasten meegerekend, betekent dit dat één op de vier Belgen er rechtstreeks of onrechtstreeks mee te maken krijgt. Bewustmaking rond zeldzame ziekten moet de herkenning, begrip en maatschappelijke erkenning vergroten.