Wanneer ‘AI’ ‘IA’ wordt
Groot was de consternatie over het foutief citeren door rector van de UGent Petra De Sutter tijdens de openingstoespraak van het academiejaar, waarbij confabulerende artificiële intelligentie (AI) als schuldige werd aangeduid.
Ik onthield van computerwetenschapper Jeroen Baert ‘dat gebruik van AI alvast de esthetiek van de schoonheid heeft’. Rik Torfs – die later zelf in opspraak kwam, o ironie – vulde aan dat ‘AI de kans biedt zich erudieter voor te doen dan men in werkelijkheid is’.
Pijnlijk, temeer daar in de uiteenzetting van De Sutter gewaarschuwd werd voor de gevaren van AI. Deze misstap is om meerdere redenen problematisch en mag daarom niet lichtzinnig en externaliserend als ‘in de val trappen’ (sic) worden verbloemd.
Allereerst stoor ik me aan de minimaliserende houding van De Sutter. Duurzame gedragsverandering behoeft oprecht probleeminzicht. De reactie vanuit het rectoraat laat mij alvast in dubio over het ‘auwch’-gehalte en dus het risico op herval.
Ten tweede contrasteert dit vergoelijken met de uitermate strenge houding van de UGent ten aanzien van het gebruik van AI door hun eigen studenten. Ik citeer uit de opleidingsfiche van de Faculteit Psychologie: ‘Het gebruik van elk generatief AI-systeem bij de evaluatie/taak/paper is expliciet verboden en kan aanleiding geven tot een examentuchtprocedure’. Practise what you preach, rector De Sutter! Auwch!
Hoeven we ons daarenboven te verbazen over tanende schoolse prestaties als het hoofd van een instituut dat behoort intellect en eruditie uit te stralen zich verlaat op software om cognitieve luiheid te verbloemen? Auwch!
Is De Sutter zich als ex-politica voor Groen trouwens bewust van de CO2-uitstoot van de servers waarop AI-algoritmen draaien? Auwch!
'Mijn grootste bezorgdheid als kinderpsychiater schuilt in de toenemende infiltratie van AI in de leefwereld van onze kinderen'
Mijn grootste bezorgdheid als kinderpsychiater schuilt in de toenemende infiltratie van AI in de leefwereld van onze kinderen, op een manier die zich later dreigt te wreken.
Ik leerde autorijden met een GPS en moet tot mijn scha en schande vaststellen – zeker nu Waze het nog makkelijker maakt – dat mijn inherente spatiale actieradius beperkt is. Sommigen bekijken dit laconiek, tot navigatievoorzieningen plots niet meer beschikbaar zijn. Maar wat met de uitbesteding van een pleiade aan neurocognitieve taken?
Gaan we vaardigheden als synthese en analyse, referenties opzoeken en controleren, executief functioneren, kritisch nadenken en ontplooiing van eigen creativiteit zomaar te grabbel gooien? Uiteraard helpt AI mens en wereld vooruit, en evenzo maakte ik de illustratie bij dit opiniestuk met ChatGPT.

Jonge hersentjes in ontwikkeling moeten echter kraken en kreunen, tot de neuronen zelf ‘auwch’ roepen. Mijn eerste columns in deze krant kostten mij (en mijn lieve wederhelft die ook de nodige lof toekomt) dagen tijd en breinpijn, maar deze verbleken bij de genoegdoening die ik nu ervaar bij de snelheid waarmee opiniestukken heden ten dage uit mijn digitale pen vloeien.
No pain no gain. Weerom geen Nobelprijs literatuur met dit citaat, maar hopelijk houdt u als lezer wel een breinbrekertje over aan dit stuk. Ik wens u dan ook veel ‘auwch’-momentjes toe.