Menselijkheid
Een puntje in het nieuws enkele weken geleden. Een van de vele besparingsmaatregelen, die de meest kwetsbaren treft. Nu BNP Paribas Fortis het beheer van de betaalrekeningen van de overheid heeft overgenomen van Bpost: de 3.000 mensen die hun pensioen nog in cash geld aan huis gebracht krijgen door de postbode, krijgen het vanaf begin dit jaar onder de vorm van een circulaire cheque die ze moeten gaan innen bij het postkantoor (intussen kwam het nieuws dat het aantal mensen werd gereduceerd tot 700). Het lijkt een fait divers in de onaflatende stroom van verontrustende nieuwsberichten.
Mij raakte het heel erg, en het maakte me ook kwaad en opstandig. Omdat het het zoveelste teken is van de ontmenselijking van onze samenleving. Zouden de gepriviligeerde mensen die dergelijke besparingsmaatregelen – en laat ons eerlijk zijn, gaat dit nu echt het grote geld opleveren? – treffen, beseffen welke impact dit heeft voor deze mensen? Hoe het voor sommige mensen niet eenvoudig is om naar een postkantoor te gaan om een cheque te innen? En in dit geval krijg je aan de balie van de post dan nog meestal een mens te zien, een bijzonder vriendelijke mens, in mijn ervaring. Er zijn zoveel maatregelen die nog verder gaan, de mens uit het circuit halen, alles moet online, met codes en foutmeldingen, en talloze stresserende checks om te kijken of je geen robot bent. En geen mens die de tijd neemt om iemand voor wie dit allemaal erg complex is, bij te staan. Geen mens die rust brengt, die geen robot is.
'In de naam van efficiëntie en economie werd de menselijkheid verdrukt'
Het deed mij denken aan het gesprek dat ik enkele maanden geleden had met iemand die ik voor het eerst zag op consultatie. Ik vroeg naar het werk dat hij deed. Hij was postbode. Hij vertelde me hoe zijn job was veranderd. En niet ten goede. Hoe hij vroeger zo’n mooie job had, hoe hij vaak het enige sociale contact was voor sommige mensen, hoe ze uitkeken naar zijn komst, hoe hij soms boodschappen deed voor iemand, na zijn ronde, omdat die het zelf niet kon, en niemand had aan wie ze het kon vragen. Hoeveel voldoening dat schonk om dat te kunnen doen voor die dame, zomaar, iets doen voor een mens. Hij vertelde ook hoe hij zijn job zag veranderen, hoe elk traject van zijn ronde tot op de seconde werd berekend. Hoe er geen tijd meer was voor enkele vriendelijke woorden, een grapje, een hart onder de riem, laat staan een boodschap. Hoe in de naam van efficiëntie en economie, de menselijkheid werd verdrukt. En daarmee ook zijn voldoening werd uitgewist, zijn arbeidsvreugd verbrokkelde. Hoe verschrikkelijk jammer.
Postbodes hebben bij mij altijd een streepje voor. Ik vind het een prachtig beroep. Of moet ik zeggen: vond. Mijn opa was postbode. Hij kende iedereen op zijn ronde persoonlijk, hij kende hun verhalen en hun geheimen. Hij kon verhalen vertellen als de beste, maar alleen als het mocht – hij was de discretie zelve. Hij was een vertrouwenspersoon voor velen. En een steun voor anderen. Hij was een figuur in het dorp die mensen verbond, connecteerde. Ook hij was soms de enige mens die iemand zag op een dag. Ook hij ging soms, na zijn ronde, voor iemand naar de bank, naar de winkel. Zo zorgde hij ervoor dat iemand die een briefje van honderd frank half had verbrand het geld terugkreeg – wat voor die mensen een heel hoog bedrag was. Door hem en zijn job hebben mijn ouders elkaar leren kennen, trouwens, en ben ik er gekomen. Maar dat is een verhaal voor een volgende keer.
It takes a village to raise a child, maar it also takes a village to raise and hold a village. Laat ons ingaan tegen die ontmenselijking, en het gewoon dingen voor elkaar doen, van mens tot mens, weer stimuleren en koesteren.