Beroepsgebonden longkanker: voorkom vertraging!
Recent verscheen er een interessante Roemeense studie over de verwaarloosde beroepsgebonden risicofactoren die zorgen voor een diagnostische vertraging van longkanker.
Dokter Wim Van Hooste, preventieadviseur-arbeidsarts
Voor longkanker is deze total interval time to diagnosis (TTTD) zeer belangrijk. De hoogste statistisch significante risicofactor op longkanker in de multivariate analysis van Mandanach en collega’s was een beroepsblootstelling in het verleden (Odds Ratio = 10,57).
Het patiënt-interval (de tijd tussen de symptomen en het eerste doktersconsult) en het dokter-interval (de tijd tussen het eerste consult en de diagnose) worden beïnvloed door de toegang tot medische zorg en de zelf-perceptie van het risico. De beroepsrisico’s worden door veel werknemers onderschat (Mastrantonio et al., Sustainability, 2025).
Longkanker is nog steeds een belangrijke ziekte, de mortaliteit is het hoogste van alle maligniteiten, ook in de ontwikkelde landen. De vijfjaarsoverleving is slechts 28,1% en het sterftecijfer in Europese landen was 77,2 per 100. 000 mannen en 32,8 per 100.000 vrouwen (Cancer Stat Facts, SEER; Lung cancer mortality rate in Europe in 2022, Statista).
Beroepsgebonden kankers van de longen maken 8 tot 15% uit van alle gevallen van longkanker. Alle histologische types komen voor (Markowitz et al., Clin Chest Med, 2020; Garcia et al., Sci Rep, 2023; Hoesseini et al., Occup Environ Med, 2023).
Van alle beroepslongkankers is 30% veroorzaakt door asbest. Daarnaast zijn er nog een tiental andere boosdoeners. De pulmonaire carcinogenen zijn o.a. arsenicum, radon, hoge dosis ioniserende straling, beryllium, cadmium, chroom (VI), nikkel, dieseluitlaatgassen, lasrook, formaldehyde, silica- of kwartsstof en polyaromatische koolwaterstoffen (PAKs).
Beroepsgebonden risicofactoren worden te weinig in de risicobepaling op longkanker opgenomen. Toch zijn er al “klassieke beroepen” beschreven: landbouwers (pesticides), lassers (lasrook), bouwvakkers (silica), mijnwerkers (silica), scheepswerfarbeiders (asbest) en isoleerders (asbest).
De belangrijkste maatregel is de blootstelling op de werkvloer verminderen of uit te schakelen door eliminatie, substitutie en gebruik te maken van collectieve of persoonlijke beschermingsmaatregelen (primaire preventie). De secundaire preventie zou kunnen bestaan uit een Low Dose CT scan.
De veel gebruikte criteria van USPSTF (United States Preventive Services Task Force) voor wat betreft screening met LDCT zijn: 50-80 jaar zijn, minstens 20 packs/year, huidig roker of gestopt de laatste 15 jaar. Aan deze drie criteria moet voldaan zijn. Het beroep kan deze criteria niet vervangen, maar kan de beslissing om wel of niet te screenen, wel beïnvloeden.
De meeste diagnoses van longkanker worden gesteld na de pensionering. Bij blootstelling aan asbest kan de tumor meer dan 30 jaar na het eerste contact ontstaan (Huh et al., Int J Environ Res Public Health, 2022). Post-exposure surveillance moet deze late diagnoses helpen voorkomen.
Tijdens de beroepscarrière is er toezicht via de arbeidsarts; na pensionering bestaat er voor blootstelling aan houtstof en neuskanker een “voortgezet gezondheidstoezicht” via Fedris, het Federaal Agentschap voor Beroepsrisico’s. Voor longcarcinogenen en asbest bestaat zo'n toezicht niet.
Roken verhoogt zeer sterk het risico op longkanker. 80% wordt veroorzaakt door roken. Er zijn nog te weinig studies gedaan naar de interactie met beroepsgebonden factoren. Voor blootstelling aan asbest en longkanker zijn er de meeste studies voorhanden.
Voor asbest en roken zijn supra-additieve en multiplicatieve effecten (synergie) beschreven. Een roker die asbest inademt, heeft 50-maal meer kans op longkanker dan een niet-roker die niet aan asbest was blootgesteld. Rookstop staat buiten kijf als de allerbelangrijkste maatregel. Maar het bewustzijn moet groeien dat er beroepsrisico’s zijn om zo de TTTD te gaan verkorten voor longkanker.