Kindermishandeling anno 2026: de rol van de kinder- en huisarts
Het proces over de foltering van Raul heeft veel media-aandacht gekregen, maar dat is maar het topje van de ijsberg. In 2024 kregen de Vertrouwenscentra Kindermishandeling (VK) in Vlaanderen bijna elfduizend meldingen van kindermishandeling en/of -verwaarlozing (1). Een gesprek met kinderpsychiater Inge Vanderstraete (VK Antwerpen) en rechter Nicole Caluwé (Jeugdrechter arrondissement Mechelen).

“Er is nog veel sensibilisering nodig”, begint dr. Vanderstraete, “en eigenlijk is dit paradoxaal want het is ondertussen algemeen bekend dat mishandeling of verwaarlozing voor veel gezondheidsschade zorgt. In het vakjargon spreken we van adverse life events, en het voorkomen van vier of meer van deze events verhoogt sterk het risico op ontwikkelingsstoornissen of allerlei aandoeningen. Tegelijkertijd blijft het nog steeds heel moeilijk om erover te praten of om het te melden. Je hoopt dat gezinsleden zelf hulp gaan zoeken maar vaak lopen ze niet te koop met de problemen in hun gezin en is de drempel om hulp te zoeken torenhoog. Er is veel schaamte en angst om niet geloofd te worden."
"Maar ook bij zorgverleners is er nog steeds een zekere schroom. De angst om de vertrouwensrelatie te beschadigen, het respect voor de privacy, het beroepsgeheim… begrijpelijk, maar dat mag niemand ervan weerhouden om iets te doen! Internationaal onderzoek toont dat 10 tot 15% van de kinderen vier of meer dergelijke adverse life events meemaken, in Vlaanderen zijn 3% van de min 18-jarigen bekend bij de instanties, dus we missen er nog echt (te) veel.”
Eraan denken!
Wat kunnen artsen doen om ervoor te zorgen dat meer kinderen in moeilijkheden op het radarscherm verschijnen en de broodnodige hulp krijgen?
“Er in de eerste plaats aan denken”, zegt dr. Vanderstraete, “het meenemen in je differentiaaldiagnose wanneer je bijvoorbeeld een kind voor de derde maal ziet met buikpijn en de voor de hand liggende somatische zaken zijn uitgesloten.”
Rechter Caluwé bevestigt dit en benadrukt het belang van een goed en uitgebreid verslag. “Bij sommige dossiers hebben we, door de andere informatie die er is, een vrij goed beeld van wat er gaande is, maar soms is de melding van een arts het enige wat we hebben. En als dit dan een zeer summiere samenvatting van een paar regels is, als we niet goed weten wat de arts juist zag of wat er in zijn/haar ogen verontrustend was, dan wordt het zeer moeilijk. Dus wanneer een arts besluit iets te melden, is een uitgebreid, zo gedetailleerd mogelijk verslag echt een enorme meerwaarde en soms ons enige houvast. Liefst zonder te veel dokterslatijn zodat het ook voor niet-medici goed te begrijpen is. Foto’s bij lichamelijk letsels mogen maar moeten niet, een nauwkeurige beschrijving is ook zeker voldoende.”
“Volg je niet-pluisgevoel”, geeft dr. Vanderstraete mee, “en doe er iets mee. In eerste instantie kan je een melding doen bij een VK of om advies vragen. De casus voorleggen en met ons bespreken, doe dat in eerste instantie zonder namen te noemen, want vanaf het ogenblik dat wij die horen zijn we verplicht om de ouders van het kind te informeren. Neem ook contact op met de school, pols of daar geen problemen zijn, of het kind bezorgd is of extreem moe, check even met het CLB of met een andere arts en scroll eens door je eigen dossier en kijk of er niet eerder zaken waren die verontrustend zouden kunnen zijn. En als dat niet-pluisgevoel aanhoudt, blijf er dan niet mee zitten maar trek dan aan de alarmbel.”
“Wat voor mij een rode vlag is”, vult rechter Caluwé aan, “zijn mensen die om de haverklap van huisarts of van pediater veranderen. Dus wanneer je als arts voor het eerst een kind ziet, vraag dan wie de vorige behandelende arts was, of zoek online de brieven van collega’s op.”
'Wat voor mij een rode vlag is, zijn mensen die om de haverklap van huisarts of van pediater veranderen.'
– Nicole Caluwé (Jeugdrechter arrondissement Mechelen)
Signalen van kindermishandeling
Soms zijn er duidelijke lichamelijke letsels, abnormaal veel blauwe plekken of verwondingen waarvoor geen duidelijke verklaring gegeven wordt, soms zie je de afdruk van een hand of een grijpletsel op een arm. Maar nog vaker zijn er geen zichtbare letsels en dan wordt het een heel stuk moeilijker om de diagnose te stellen.
Het NJI (Nederlands Jeugdinstituut) stelde daarom lijsten samen voor verschillende leeftijdsgroepen (0-4 jaar, 4-12 jaar, 12-18 jaar) met daarin niet enkel de fysieke signalen, maar ook tekens met betrekking tot het gedrag van het kind en de ouders, en met signalen van seksueel misbruik. De lijsten zijn niet exclusief en niet volledig, maar vormen een zeer nuttige leidraad voor artsen die met kinderen omgaan.(2)
Emotionele mishandeling
Dat er een toename van emotionele mishandeling is, wordt zowel door dr. Vanderstraete als door rechter Caluwé bevestigd.
Waar praten we dan over? “Dat kan gaan om een kind dat steeds – ook onterecht – de schuld krijgt van iets”, verduidelijkt dr. Vanderstraete. “Een kind dat te horen krijgt dat het er beter niet was geweest, dat het de oorzaak is van de problemen in een gezin. Soms krijgen kinderen het gevoel dat ze geen bestaansrecht hebben, dat ze niet de moeite waard zijn om graag gezien te worden. Soms zien we ook heel schrijnende situaties, kinderen die als straf alleen op hun kamer moeten gaan eten, en niet eenmaal, maar dagelijks, dan word je een paria in een gezin.”
“We zien ook veel vaker dan vroeger heel complexe situaties met plusouders die een heel andere mening over opvoeden hebben, die anders met de eigen kinderen dan met de pluskinderen omgaan, we zien soms middelengebruik in gezinnen, of ouders die na een scheiding dan weer helemaal uit beeld verdwijnen…”, vult rechter Caluwé aan.
Samenwerken
Bij het VK zal steeds in eerste instantie getracht worden om op vrijwillige basis met de ouders samen te werken. “Soms is het contact met ons een echte wake-upcall”, zegt dr. Vanderstraete, “en lukt het om goede afspraken te maken, en hoewel de eerste contacten met ouders niet altijd even vlot lopen en er vaak een zekere achterdocht is, zien we ook dat ouders wel beseffen dat ze nood aan hulp hebben. Niet elk dossier belandt daarom bij het parket of op de jeugdrechtbank.”
En dat is maar goed ook, rechter Caluwé bijvoorbeeld volgt gemiddeld zo’n 600 kinderen en jongeren, een minderheid (ongeveer 15%) omwille van jeugddelinquentie, maar de rest belandt bij haar omwille van de thuissituatie. “En hiermee wil ik meteen een zeer hardnekkig misverstand uit de wereld helpen”, zegt ze, “het overgrote deel van de kinderen komt bij mij terecht omwille van de onveilige thuissituatie en niet omdat ze zelf in de fout gingen.”
Ook zij tracht steeds tot een samenwerking met de ouders te komen om meer ingrijpende beslissingen te vermijden. Tenzij de situatie zo acuut en bedreigend is, dat er tot een uithuisplaatsing moet worden overgegaan. Maar dit is het ultieme middel, als het echt niet anders kan, en het is een zeer ingrijpende beslissing, niet in het minst voor het kind zelf.
“Het klinkt gek, maar ook wij zien vaak dat er bij de ouders een zekere opluchting is wanneer wij de zaken even overnemen en duidelijke richtlijnen en afspraken meegeven. En soms weten ouders niet beter, soms denken ze dat lijfstraffen bij het opvoeden horen, hebben ze thuis zelf niets anders gekend. Of zitten ze zodanig met zichzelf in de knoei dat er een grote machteloosheid en frustratie aanwezig is die dan tot uitbarstingen leidt. De (plus)ouder die moedwillig en systematisch een kind mishandelt is gelukkig eerder zeldzaam”, aldus rechter Caluwé.
'Volg je niet-pluisgevoel en doe er iets mee.'
– Kinderpsychiater Inge Vanderstraete
Veiligheid waarborgen
“En als er toch een opname nodig is, zal dat in eerste instantie voor een korte periode van veertien dagen zijn, in crisisopvang. Wanneer in die eerste periode meer duidelijkheid ontstaat, kan er beslist worden om het kind terug naar huis te laten gaan of gaan we op zoek naar een andere plek voor een langere uithuisplaatsing.” Ook voor rechter Caluwé zelf zijn dit geen gemakkelijke beslissingen. Het is haar taak om een veilige omgeving voor een kind te waarborgen, echter zonder dat er ooit naar een schuldige wordt gezocht. Dit is een fundamenteel verschil met wat een strafrechtbank doet.
Wanneer een klacht van kindermishandeling bij het parket terechtkomt, beslist het openbaar ministerie wat ermee wordt gedaan: zijn er strafbare feiten gepleegd dan kunnen ze een procedure starten bij de correctionele rechtbank en kan er een straf worden uitgesproken. Tegelijk kan het dossier bij de jeugdrechtbank terechtkomen waar er enkel en alleen wordt gezocht naar een manier om de veiligheid van het kind te waarborgen. Ouders krijgen vaak van rechter Caluwé te horen dat ze nooit tegen hen is, maar wel steeds voor het kind.
In de jeugdrechtbank wordt steeds, in de mate van het mogelijke, naar het kind zelf geluisterd. Vanaf de leeftijd van twaalf jaar is dat sowieso het geval, en wordt er naar het kind geluisterd zonder dat de ouders erbij zijn. Elk kind, hoe jong het ook is, krijgt ook een advocaat toegewezen.
En daarna?
Hoelang een kind wordt gevolgd hangt van de problematiek af, ook van de verandering die al dan niet wordt gezien, soms is een korte begeleiding voldoende, andere kinderen worden tot hun achttiende gevolgd. En hoe moet het dan verder? Is het per definitie zo dat mishandeling blijvende schade veroorzaakt? “Dat moet genuanceerd worden”, antwoordt dr. Vanderstraete. “Kijk, je kan je eigen geschiedenis niet uitwissen, er is niet zoiets als een delete-knop, maar je kan wel leren om het een plaats te geven. Wij leren kinderen dat ze meer, veel meer, zijn dan hun voorgeschiedenis, dat die fase niet blijvend hun leven moet determineren en dat ze eroverheen kunnen stappen. Vaak lukt dat, soms ook niet. Dat hangt af van het karakter van het kind, de omgeving, de erkenning en zo veel meer.”
Ook als arts moet je verder. “Ja, het kan zijn dat de ouders bij je gaan wegblijven”, zegt rechter Caluwé. “Dat is natuurlijk jammer en dat is het risico dat je neemt wanneer je ouders erop aanspreekt. Maar dat mag je er nooit van weerhouden om iets te doen.” Dr. Vanderstraete vult aan: ”Als er een probleem is, is het je plicht om het te benoemen, maak het bespreekbaar, verwoord je bezorgdheid maar wees ook heel transparant en eerlijk wat je verdere stappen betreft, vernoem het CLB of het VK.”
En tot slot: blijf als arts steeds waakzaam, denk eraan wanneer je een kind ziet en het gevoel hebt dat er iets niet pluis is. En neem elke klacht ernstig.
>> Contact nemen met het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling? Advies vragen kan via het nummer 03 230 41 90, dagelijks tussen 10 en 12 uur en tussen 14 en 16 uur.
Bronnen:
1. Jaarverslag Vertrouwenscentra: https://www.vertrouwenscentrum-kindermishandeling.be/artikel/elk-kind-heeft-recht-op-een-warm-en-veilig-nest-jaarverslag-2024-van-vk-en-veck/
2. De lijsten van het Nederlands Jeugdinstituut zijn te raadplegen op: https://www.nji.nl/kennis/kindermishandeling/signalen-van-kindermishandeling-herkennen.