Slaapproblemen bij kinderen: praktische richtlijnen
EAPS-CONGRES 2025 Slaapproblemen bij kinderen zijn frequent. Het klinische beeld is wisselend: inslaapproblemen, ‘s nachts vaak wakker worden en weerslag op het gedrag overdag. Dat laatste valt soms nog het meest op. Daardoor is het soms moeilijk slaapproblemen te diagnosticeren.

Op het congres van de EAPS 2025 (European Academy of Paediatric Societies) zijn meerdere presentaties gegeven over slaapproblemen bij kinderen met verschillende aandoeningen.
Fysiologische basis en klinische gegevens
De slaap bij kinderen verloopt volgens een circadiaans ritme van circa 24 uur onder invloed van het alterneren van licht en duister, de omgeving en sociale factoren. Bij het evalueren van de slaap moet je niet alleen kijken naar de slaap ’s nachts, maar ook naar de waak-slaapdistributie over 24 uur (met inbegrip van middagdutjes), vooral tijdens de adolescentie. Tijdens de adolescentie wordt immers vaak een verschuiving gezien tussen de interne biologische klok en het opgelegde uurrooster.
De slaap herstelt het energiepeil en speelt ook een fundamentele rol bij de ontwikkeling van de hersenen, de bestendiging van het geheugen, het leren, het regelen van de emoties, het immuunsysteem en de hormoonhuishouding. Kwantitatieve of kwalitatieve afwijkingen van de slaap kunnen allerhande gevolgen hebben: groeiproblemen, metabole onevenwichtigheden, verminderd aandachtsvermogen, verminderde waakzaamheid, emotionele problemen en een significante invloed op de levenskwaliteit van het gezin. Bij jonge kinderen kan slaperigheid zich paradoxaal uiten in agitatie en motorische hyperactiviteit.
Slaap en neuro-ontwikkelingsproblemen
De prevalentie van neuro-ontwikkelingsproblemen wordt geraamd op 12-18%. Vaak gaan die samen met slaapproblemen. 30-80% van de kinderen met een neuro-ontwikkelingsstoornis vertoont afwijkingen van de slaap-waakcyclus of insomnie, wat de symptomen overdag nog doet toenemen.
De prevalentie van autismespectrumstoornissen bedraagt 1-2%. 50-80% van de kinderen met een autismespectrumstoornis vertoont slaapproblemen. Die prevalentie is dus 4- tot 10-maal hoger dan bij kinderen van dezelfde leeftijd zonder neuro-ontwikkelingsstoornis. Die kinderen vertonen vaak inslaapproblemen, worden ’s nachts vaak lang wakker en bij een ernstige aandoening is de waak-slaapcyclus vaak helemaal gedesorganiseerd.
Bij actimetrie blijkt dat die kinderen ’s nachts een of meerdere uren wakker kunnen liggen. Vragenlijsten ingevuld door de ouders onderschatten dat fenomeen vaak. Dat gaat gepaard met een verergering van de centrale symptomen van autisme en comorbiditeiten en met name angst, prikkelbaarheid en een agressief gedrag.
Bij ongeveer twee derde van de kinderen met een autismespectrumstoornis is de melatonineproductie verminderd, wat toe te schrijven is aan afwijkingen van de enzymen die melatonine synthetiseren uitgaande van serotonine. Een aantal van die kinderen vertoont een late of onvoldoende secretie van melatonine, wat bijdraagt tot de circadiaanse problemen.
Kinderen met een aandachtstekortstoornis met of zonder hyperactiviteit vertonen ook vaak slaapproblemen.
Het typische profiel is weerstand tegen het slapengaan, inslaapproblemen, ’s morgens moeilijk wakker worden, maar anderzijds worden die kinderen ’s nachts relatief weinig wakker. Vaak zie je een verschuiving van de circadiaanse fase, waarbij de nachtelijke secretie van melatonine laat op gang komt.
In geval van atypische symptomen zoals ernstige slaperigheid overdag, snurken en ’s nachts vaak wakker worden moet je zoeken naar een begeleidend slaapprobleem en vooral een obstructieveslaapapneusyndroom en hypersomnie.
Slaapproblemen bij kinderen kunnen een wisselend klinisch beeld veroorzaken: inslaapproblemen, ’s nachts herhaaldelijk wakker worden en weerslag op het gedrag overdag.
Hypersomnie en narcolepsie: klinische gegevens
Overmatige slaperigheid overdag wordt gedefinieerd als een pathologische daling van de waaktoestand en zomaar in slaap vallen. Dat is niet hetzelfde als vermoeidheid. Bij kinderen kan zich dat uiten in een paradoxale agitatie, prikkelbaarheid en aandachtsproblemen. Narcolepsie komt weliswaar zelden voor, maar is toch een belangrijke diagnose in de kindergeneeskunde. Als de diagnose niet tijdig wordt gesteld, heeft dat invloed op de schoolprestaties en het psychosociale traject.
Suggestieve tekenen zijn onbedwingbare aanvallen van in slaap vallen, cataplexie (plotseling verlies van tonus onder invloed van emoties), hypnagoge hallucinaties, slaapparalyse, versnipperde slaap ’s nachts en een snelle gewichtstoename. Kinderen met een vermoeden van narcolepsie moeten worden verwezen naar een specialist.
Obstructieve slaapapneu en trisomie 21
De prevalentie van het obstructieveslaapapneusyndroom is bijzonder hoog bij kinderen met trisomie 21 en wordt geraamd op 66-83%. De obstructieve slaapapneu is toe te schrijven aan meerdere factoren: anatomische afwijkingen, hypotonie, obesitas en gebrekkige regeling van de ademhaling. Die kinderen vertonen vaak weinig specifieke symptomen, maar ook kinderen zonder symptomen kunnen een significante apneu vertonen.
De diagnose wordt gesteld met een polysomnografie. Maar doordat het niet altijd eenvoudig is dat onderzoek aan te vragen, zijn aanvullende screeningsmethoden wenselijk zoals nachtelijke oxymetrie.
Rustelozebenensyndroom bij kinderen
Het rustelozebenensyndroom is een diagnose die bij kinderen vaak wordt gemist. Het wordt gekenmerkt door een onbedwingbare drang om de benen te bewegen en onaangename gewaarwordingen, die verergeren in rust en ’s avonds en verbeteren bij bewegen of massage. Bij jonge kinderen uit een rustelozebenensyndroom zich vaak indirect in de vorm van nachtelijke agitatie, inslaapproblemen en herhaald wakker worden.
Vaak is er een sterke familiaire component. Ook ijzertekort kan zo’n syndroom veroorzaken. Vaak worden ijzersupplementen voorgeschreven als de ferritinespiegel lager is dan 50 µg/l. Het kan een tijdje duren voor de symptomen verbeteren. Daarom moet je die kinderen lang behandelen en goed volgen.
Referenties:
1. Cohen S et al. The relationship between sleep and behavior in autism spectrum disorder (ASD): A review. J Neurodev Disord. 2014;6:44.
2. Maski K, Owens JA. Insufficient sleep and hypersomnia in children. Sleep Med Clin. 2016;11(4):519-531.
3. Lal C et al. Sleep-disordered breathing in Down syndrome. Chest. 2015;147(2):570-579.
Picchietti DL et al. Pediatric restless legs syndrome diagnostic criteria: an update by the International Restless Legs Syndrome Study Group. Sleep Med. 2013;14(12):1253-1259.
4. American Academy of Sleep Medicine. International Classification of Sleep Disorders. 3rd ed. Darien (IL): American Academy of Sleep Medicine; 2014.