PremiumArtsenkrant

ASO’s in de ziekenhuisnetwerken van de toekomst

Steeds meer ziekenhuizen fuseren of gaan op in grotere netwerken. Wat is de impact van netwerkvorming op de opleiding van ASO’s? Dat was het thema van een panelgesprek op het VASO Festival.

Erik Derycke - 16 mei 2025

Deelnemers VASO-debat
V.l.n.r. Jan Hautekiet, dr. Eric Wyffels, dr. Patrick Vermylen, dr. Merve Parmaksiz, prof. dr .Steven Claes, Candice De Windt.
© Benjamin Brolet

Dr. Eric Wyffels, diensthoofd Hartcentrum Aalst, toonde zich een groot voorstander van netwerkvorming. In Aalst werken 62 cardiovasculair specialisten in een ziekenhuisoverschrijdende associatie. De bedoeling daarvan was om te komen tot een hub-and-spoke model. “We konden de basiszorg en waar mogelijk de specialistische zorg subsidiariseren, en de hooggespecialiseerde zorg centraliseren.”

Dat model heeft ook voordelen voor ASO’s, zei Wyffels. “Jonge specialisten zijn vandaag veel beter opgeleid dan mijn generatie. Maar iemand opleiden in een subspecialisatie zoals cardiologie, dat lukt niet in een ziekenhuis met 250 bedden. Daar heb je schaal voor nodig.”

Dr. Merve Parmaksiz van de vereniging De Jonge Specialist gaf een perspectief vanuit Nederland. “Wij hebben in Nederland een heel ander soort netwerken. Per discipline is er een landelijk opleidingsplan, waarbij de regio’s relatief klein gehouden worden. Zelf word ik als spoedarts opgeleid in Arnhem. Maar voor kindergeneeskunde moet ik naar een ander ziekenhuis.”

Knie- en sportchirurg prof. dr. Steven Claes (AZ Herentals – KU Leuven) waarschuwde voor een schaduwzijde van netwerkvorming. “Schaalvergroting – ook als die economisch of procesmatig verdedigbaar is – houdt een risico in voor de kwaliteit van de opleiding. In een kleiner ziekenhuis zoals AZ Herentals is er een één-op-één begeleiding voor assistenten, stagiairs en fellows.”

Kwaliteitsbewaking voor ASO-opleidingen

Eerder op de dag had Meester Tom De Gendt vragen gesteld over de werking van de erkenningscommissies, waarin de stagemeesters zowel rechter als partij zijn. In Nederland bestaat er een onafhankelijk orgaan dat de kwaliteit van de opleiding bewaakt, vertelde dr. Parmaksiz.

“Het College Geneeskundig Specialisme (CGS) stelt het kaderbesluit op voor de opleidingen tot medisch specialist. Daarnaast is er de Registratie Geneeskundig Specialisme (RGS), die controleert of deze kaders wordt nageleefd.”

“Mijn opleiding is recentelijk gevisiteerd door de RGS. Dit werd maandenlang voorbereid – de vragen varieerden van publicaties tot hoe je omgaat met burn-outklachten. Je krijgt na een visitatie altijd adviezen, want er is altijd ruimte voor verbetering. Maar als je niet voldoet aan de eisen, kun je jouw opleidingsbevoegdheid én financiering verliezen.”

 Management en leiderschap voor ASO’s

Moderator Jan Hautekiet vroeg zich af of er voldoende aandacht is voor leiderschaps- en managementvaardigheden. “Dat zijn twee verschillende zaken”, was het antwoord van Eric Wyffels. “Management heb ik in mijn opleiding niet gehad. Ik kon geen balans lezen, geen P&L analyseren. Wil je als arts in co-governance meedraaien, dan moet je daarvoor een opleiding volgen. Leiderschap daarentegen heeft meer met jezelf te maken. Het gaat erom dat je jezelf kent en kunt inschatten wat je impact is op anderen.”

Zorgambassadeur Candice De Windt vindt ook kennis van andere beroepsgroepen cruciaal. “Samenwerken met andere disciplines in een gestructureerde zorgteam vraagt ruimte en openheid. Ik zie daar binnen de curricula nog te weinig aandacht voor. Als een ASO gelooft dat een verpleegkundige er is om orders uit te voeren, dan is echte samenwerking ver weg.”

'Een van de belangrijkste zaken waarin je ASO’s moet begeleiden, is tijd- en zelfmanagement'
dr. Steven Claes

 Work-lifebalance

Maakt werken in een netwerk met meerdere campussen de opleiding niet zwaarder? “Een van de belangrijkste zaken waarin je ASO’s moet begeleiden, is tijd- en zelfmanagement”, zei Steven Claes. “Dat gaat niet alleen over je werk verdelen over verschillende campussen, maar ook over werk-privébalans en de balans tussen wetenschappelijk werk en de dienst.”

“Ik merk dat vooral de jongere assistenten nog coaching nodig hebben om hun werk-privébalans onder controle te houden”, vulde Patrick Vermylen aan. “Ze zijn nog onzeker, soms ook perfectionistisch. Ze moeten leren dat er altijd iets kan mislopen als ze om half zeven naar huis gaan, maar dat dit de verantwoordelijkheid is van het staflid van wacht. Ze moeten gewoon naar huis durven te gaan.”

Eric Wyffels vindt het concept van work-lifebalance een vreemde dichotomie. “Alsof werk en leven tegenover elkaar staan. Alsof je, wanneer je 'leeft', niet meer aan je werk mag denken. Als je die zaken te strikt probeert te scheiden, dan is dat een recept voor ellende.”

“Ik volg en ik volg niet", repliceerde Candice De Windt. “Ik ben het ermee eens dat we jonge mensen mentale weerbaarheid moeten meegeven. Maar ik hoor nog steeds van artsen in opleiding dat ze 70, 80, soms 90 uur per week werken. Ze durven niet aan te geven dat ze minder lang willen werken, uit angst gepenaliseerd te worden door hun stagemeester. Die cultuur moet echt veranderen.”

Wat heb je nodig

Krijg GRATIS toegang tot het artikel
of
Proef ons gratis!Word één maand gratis premium lid en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • digitale toegang tot de gedrukte magazines
  • digitale toegang tot Artsenkrant, De Apotheker en AK Hospitals
  • gevarieerd nieuwsaanbod met actualiteit, opinie, analyse, medisch nieuws & praktijk
  • dagelijkse newsletter met nieuws uit de medische sector
Heeft u al een abonnement? 

Meer weten over

Deel je (nieuws)verhaal

Heb je nieuws dat relevant is voor onze redactie? Deel het met ons via het meldformulier.

Nieuws melden
Print Magazine

Recente Editie
12 mei 2026

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine