Richtlijnen voor de afbouw van antidepressiva

"Met onze thesis wilden we vooral iets echt nuttigs doen en een onderwerp behandelen dat wat kan betekenen voor andere artsen. Je steekt uiteindelijk heel veel tijd in die masterproef, het is dan niet leuk dat ze ergens stof ligt te vergaren."
De kersverse huisartsen Anton Gadeyne en Lore Lievens opteerden niet toevallig voor een masterproef over 'de afbouw van antidepressiva'. "Het is een belangrijk thema. Iedereen kent wel iemand die, vaak lange tijd, antidepressiva neemt. En huisartsen krijgen les en richtlijnen over de opstart van medicatie maar vrijwel nooit of slechts heel beperkt over de afbouw ervan."
Anton: "De laatste jaren is er meer aandacht voor de afbouw van medicatie zoals antidepressiva en slaapmiddelen. Dat wetenschappelijk benaderen en vastleggen voor andere huisartsen is dus belangrijk. Ze kunnen daaruit vertrouwen putten om dit bij hun patiënten aan te kaarten." Belangrijk is ook dat de scriptie praktisch nut heeft. "Delen ervan herken ik in de geüpdatete Folia van het BCFI. Doel was te komen tot een addendum bij de richtlijn van Domus Medica. Dat is voorlopig nog niet het geval maar onze copromotor dokter Ellen Van Leeuwen is ermee bezig."
Masterproef in het kort
De afbouw van antidepressiva moet langzaam gebeuren, rekening houdende met de ervaring van de patiënt en het optreden van eventuele onttrekkingsverschijnselen. Er worden concrete richtlijnen gegeven om deze afbouw te bewerkstelligen. Een goed overleg tussen arts en patiënt is hierbij van groot belang.
Waarom is jouw masterproef belangrijk?
Zo'n 12% van de Belgen gebruikt antidepressiva. Hierbij neemt 72% van de patiënten deze medicatie gedurende langer dan een jaar. Wanneer antidepressiva langer dan aanbevolen genomen worden, brengt dit naast een grote maatschappelijke kost ook veel mogelijke interacties en bijwerkingen met zich mee.
Wat is er nieuw aan je werk?
Bij het afbouwen van antidepressiva staat 'shared decision making' tussen arts en patiënt centraal. Tijdens het afbouwen, is er een regelmatige opvolging nodig van de patiënt met aandacht voor mogelijke onttrekkingsverschijnselen. Bij sommige patiënten kan psychologische ondersteuning nuttig zijn. In ons onderzoek werden ook factoren meegegeven die het onderscheid kunnen helpen maken tussen onttrekkingsverschijnselen en tekens van herval van een depressie.
Waarom is het belangrijk dat andere (huis)artsen leren over je onderzoek?
Uit onderzoek bij Belgische huisartsen bleek dat zij het vaak moeilijk vinden om antidepressiva te stoppen bij hun patiënten. Het is belangrijk om te weten dat bij de meeste patiënten uiteindelijk de medicatie kan gestopt worden. Met ons onderzoek willen wij handvatten aanreiken om deze afbouw bespreekbaar te maken en vlotter te laten verlopen.
Wereldreis
We spreken Lore en Anton via Teams, de twee werken een acht maanden durende trip rond de wereld af. Lore: "Daarom legden we nog geen praktijk- associatie vast want dan kan je natuurlijk geen maanden wegblijven. Het was nu of nooit. Half oktober, vlak na ons afstuderen, vertrokken we naar Indië. Daarna volgden Nepal, Thailand, Vietnam, Cambodja, Singapore, Filipijnen en nu zes weken Australië. We gaan nog naar Nieuw-Zeeland, Bolivia, Peru en Colombia alvorens in juni terug te keren. Anton: "We zien alle hotspots maar verlaten ook de platgetreden paden en streven een goed evenwicht na tussen cultuur en natuur."
Het koppel reist in backpackersstijl en verblijft in bescheiden logies. "Momenteel is dat een kamer in een Airbnb. Zo zie je het echte leven in de buiten- en woonwijken beter. En ja, dit is ook een goede relatietest (lacht)." Lore: "De masterproef was wel een grotere relatietest. Daar hebben we op gezweet (lacht)."
Geneeskunde
Beiden wisten tijdens hun humaniora al dat het geneeskunde zou worden. Lore: "Ik studeerde graag wetenschappen en geneeskunde leek me heel breed. Andere richtingen zoals wiskunde of biologie zijn vrij nauw. Arts is ook een heel sociaal beroep met veel menselijk contact. Huisartsgeneeskunde in het bijzonder is leuk. In een praktijk leer je de hele familie kennen, van grootouders tot kleinkinderen. Je ziet de verbanden. Het is ook een uitdaging om met weinig technische hulpmiddelen en enkel met je klinische blik veel te doen."
Anton: "Ook ik opteerde in het vierde middelbaar vanuit een sterke wetenschappelijke interesse, vooral in biologie, voor geneeskunde. Sowieso was sociaal contact belangrijk en geneeskunde was de ideale combinatie. In het begin interesseerde vooral huisartsgeneeskunde me omwille van de brede opleiding. Dan sloeg de twijfel toe. Pediatrie of iets anders? Zoals Lore kwam ik terug uit bij huisartsgeneeskunde omdat het heel boeiend is om mensen levenslang te volgen. Tijdens je stage zie je al dat de huisarts die de patiënt kent veel sneller kan inschatten of iets ernstig is of niet. Je kan ook gaan voor je interesses. Sommige huisartsen doen bijvoorbeeld zelf graag kleine chirurgie en sturen patiënten daarvoor minder snel door."
Huisartsgeneeskunde in het bijzonder is leuk. In een praktijk leer je de hele familie kennen, van grootouders tot kleinkinderen. Je ziet de verbanden
Toekomst
Bij hun thuiskomst doet Lore een vervanging in haar vroegere stagepraktijk en gaat ze deeltijds aan de slag bij het Instituut voor Tropische Geneeskunde. "Ik volgde de opleiding reizigersadvies voor huisartsen. Ik zal bij het ITG één dag per week reizigers adviseren. In oktober start ik aan het ITG met een postgraduaat tropische geneeskunde en 'global health'. Dat duurt 5,5 maand. Daarna zien we wel. Een AZG-missie spreekt me wel aan." Anton: "Mijn ambities zijn minder avontuurlijk (lacht). Ik doe eerst drie maanden een vervanging. Daarna is het nog niet concreet. Ik wil starten als voltijds huisarts in combinatie met bijvoorbeeld een halve dag per week Kind & Gezin. Zo laat ik de pediatrie niet helemaal los."
Tot slot nog de vraag hoe ze aankijken tegen het acute huisartsentekort. "Twee mogelijkheden", vindt Anton. "Meer huisartsen toelaten of taken delegeren. Dat laatste vergt een moeilijk evenwicht. Als huisarts koos je toch voor variatie, voor leuke dingen doen zoals bloed prikken of een EKG afnemen. Dat afgeven, is wat dubbel." Lore: "Inderdaad. In mijn laatste praktijk deed de verpleegkundige de routinetaken waarna ik de resultaten met de patiënt besprak. Enkel bij acuut zieke patiënten prikte ik zelf bloed. Zo heb je een goed evenwicht en behoud je de feeling. Praktijkverpleegkundigen hebben een grote meerwaarde maar kleine dingen doorschuiven is niet altijd leuk. Er moeten dus meer huisartsen komen. En vooral is een secretariaat essentieel om niet gestoord te worden tijdens de consultaties." Anton: "Inderdaad. Dat geeft enorm veel stress en de patiënt heeft het gevoel dat je niet goed luistert."
Anton Gadeyne en Lore Lievens. Afbouw van antidepressiva. UGent. Promotor: Thierry Christiaens.

Rode Kruis-Vlaanderen
Naar jaarlijkse gewoonte organiseert Artsenkrant met medewerking van het Interuniversitair Centrum voor de Huisartsenopleiding (ICHO) en met de financiële steun van Rode Kruis-Vlaanderen de 'Prijs van de Jonge Huisarts powered by Artsenkrant'.
In een eerste fase selecteerde het ICHO daarvoor zes masterproeven huisartsgeneeskunde. Wij stellen telkens twee genomineerden in drie opeenvolgende edities, op 5 april, 19 april en 3 mei aan u voor.
Wie de winnaar wordt, bepaalt een vakjury - de verantwoordelijken voor de masterproeven aan elke universiteit - en u, beste lezer. Van 3 mei tot 24 mei hebben de lezers van Artsenkrant de gelegenheid hun stem uit te brengen via artsenkrant.com.
De 'Prijs van de Jonge Huisarts powered by Artsenkrant' is goed voor een geldbedrag van 5.000 euro geschonken door Rode Kruis-Vlaanderen. Elke laureaat ontvangt ook een gratis abonnement op Artsenkrant voor de duur van één jaar.