COVID-19 niet langer erkend als beroepsziekte

Fedris, het Federaal agentschap voor beroepsrisico's, beschouwt COVID-19 voortaan als een "normaal" ademhalingsvirus. Een besmetting met het virus wordt vanaf 1 maart niet meer als beroepsziekte erkend.
Tijdens de corona-pandemie werd COVID-19 voor werknemers in de gezondheidszorg onder strikte voorwaarden erkend als beroepsziekte. Daar komt nu een eind aan. Door de vaccinaties en de circulatie van het virus is er een collectieve immuniteit ontstaan voor het coronavirus, stelt Fedris. Daarom beschouwt het agentschap COVID-19 vanaf 1 maart als een "normaal" ademhalingsvirus dat niet anders behandeld wordt dan het griepvirus.
Bewijslast bij aanvrager
Een aanvraag om COVID-19 als beroepsziekte te laten erkenen kan theoretisch nog. Fedris wijst er echter op dat de kans op een erkenning zeer klein is, aangezien de bewijslast voor de professionele blootstelling bij de aanvrager komt te liggen.
Fedris zegt dat het de epidemiologische situatie opvolgt, en indien nodig op basis van nieuwe beschikbare informatie het beleid zal aanpassen.