Nationaal Actieplan Milieu-Gezondheid gelanceerd

Federaal minister van Leefmilieu Zakia Khattabi heeft het derde Nationaal Actieplan Leefmilieu-Gezondheid (NEHAP3) voorgesteld. Dat plan pakt omgevingsfactoren aan die de gezondheid en milieu bedreigen.
Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is bijna een kwart van alle sterfgevallen gerelateerd aan milieufactoren waarop de mens invloed heeft. In Europa veroorzaken risicofactoren gelinkt aan het milieu naar schatting 1,4 miljoen vroegtijdige sterfgevallen per jaar. Wereldwijd zijn milieufactoren verantwoordelijk voor een kwart van alle niet-overdraagbare ziekten, waaronder kanker, hart- en vaatziekten, ademhalingsaandoeningen, psychische stoornissen en infectieziekten.
Het Nationaal Actieplan Leefmilieu-Gezondheid (NEHAP3) wil daar iets aan doen. Het plan heeft twee hoofddoelen: enerzijds veerkracht, adaptatie en bestrijding van klimaatverandering bevorderen, en anderzijds de schadelijke effecten van chemische stoffen op de menselijke gezondheid en het leefmilieu verminderen.
Die doelstellingen worden vertaald in acht concrete actiefiches:
- Zorgen voor een rechtvaardige transitie naar veerkrachtige gezondheidssystemen
- Zorgen voor een rechtvaardige transitie naar duurzame en koolstofarme gezondheidssystemen
- Begrijpen en beheren van de impact van ozon en hittegolven op de gezondheid
- Deelname aan het Europese partnerschap voor chemische risicobeoordeling PARC
- Opzetten van een nationaal actieplan hormoonverstoorders (NAPED)
- Opleiding van gezondheidsprofessionelen over de impact van het milieu op de gezondheid Monitoring van exotische muggen via het MEMO+ project.
- Het coördineren van de aanpak om de tekenpopulaties, door teken overgedragen ziekten en het risico op contact met teken te verminderen.
Het plan werd op 8 januari goedgekeurd door de ministers van Leefmilieu en Volksgezondheid tijdens de Gemengde Interministeriële Conferentie voor Leefmilieu en Gezondheid (GICLG). De bevoegdheden voor de voorgestelde acties zijn in België immers verdeeld over de verschillende beleidsniveaus.
De overheden die deelnemen aan het samenwerkingsakkoord zullen gezamenlijke projecten ontwikkelen en hun eigen acties opzetten op gebieden waarvoor zij bevoegd zijn. Een nationaal portfolio zal een overzicht bijhouden van alle maatregelen op alle overheidsniveaus.