Minder artsen-hoogleraren in commissie zwangerschapsafbreking

Een arts die een zwangerschapsafbreking heeft uitgevoerd, moet dit melden aan een evaluatiecommissie. Niet melden is pas strafbaar als men daartoe werd aangemaand. De wet bepaalt echter niet wie bevoegd is om die aanmaning te geven. Het is dan ook nog nooit gebeurd.
Het Staatsblad van 6 september publiceert de wet van 19 juni 2023 tot wijziging van de wet van 13 augustus 1990 tot oprichting van een commissie voor de evaluatie van de toepassing van zwangerschapsafbrekingen.
Deze commissie kwam er destijds als een doekje voor het bloeden van de christendemocraten die tegen hun zin een wijziging van de abortuswetgeving hadden moeten aanvaarden.
Voortbestaan in vraag
Een arts die een zwangerschapsafbreking heeft uitgevoerd moet dit melden aan deze commissie. Niet melden is pas strafbaar als men daartoe werd aangemaand maar de wet bepaalt niet wie bevoegd is die aanmaning te geven. Het is dan ook nog nooit gebeurd.
Alleen al om deze reden kan men het voortbestaan van deze commissie in vraag stellen.
Minstens vier hoogleraren
Deze stap heeft de wetgever echter niet durven zetten. De wet van 19 juni beperkt zicht tot een kleine aanpassing aan de samenstelling van de commissie. Die bestaat uit zestien leden.
Daarvan moeten er acht arts zijn, onder wie 'minstens vier hoogleraar in de geneeskunde aan een Belgische universiteit'. Omdat de zoektocht naar dergelijke artsen-hoogleraren steeds langer duurde, wordt 'vier' vervangen door 'twee'. Dat is de enige wijziging.